Archief Nieuwsberichten 2011

23 december 2011: Onverwacht stelt minister Schippers zich afwijzend op over DBC's, speciaal in de ggz. Zij zegt in een interview in het (met opheffing bedreigde) blad Psy (no. 1, 2012):
 
"Ach, die dbc’s. Iedereen die ik spreek in de ggz zegt dat die dingen waardeloos zijn. Het is vreselijk, je kunt er niets mee. Ze zeggen heel weinig over het resultaat van de behandeling. Eigenlijk moeten ze weg".
 
Zie hier en hier. Zij valt hiermee de vele voorstanders van de DBC-systematiek af. De betekenis hiervan is mij vooralsnog niet duidelijk.
 
14 december 2011: Het College van Beroep voor het bedrijfsleven berichtte ons dat de uitspraak van het College in onze zaak, welke was bepaald op 15 december 2011, voor zes weken is uitgesteld, of zoveel eerder als mogelijk zal worden gedaan.

13 december 2011: Het elektronisch patiëntendossier (EPD) met behulp van een landelijk schakelpunt (LSP) is in april 2011 door de Eerste Kamer om reden van privacybescherming afgewezen. Het dreigt nu alsnog te worden ingevoerd. Hierover gaat de korte verhandeling Wel en wee van het EPD. Als pdf hier.
 
7 december 2011: Ik heb de eer op de nieuwe website D!scura een column te mogen schrijven. Ik heb dat gedaan onder de titel Professionals aller landen, verenigt u! Met reactiemogelijkheid. Zie hier.
KM

14 november 2011: brief vanuit Platform Bescherming Burgerrechten aan Tweede Kamer

Aan de leden van de Tweede Kamer
 
14 november 2011, Amsterdam
 
Betreft: motie doorstart EPD
 
Geachte Kamerleden,
 
Met verbijstering hebben aan het Platform Bescherming Burgerrechten [1] deelnemende organisaties kennis genomen van de op 10 november 2011 ingediende Kamermotie van de leden Mulder (VVD), Kuiken (PvdA) en Omtzigt (CDA), waarin een doorstart van het EPD bepleit wordt [2]. Naar verwachting zal uw Kamer op 15 november 2011 over deze motie stemmen.
 
Wij brengen in herinnering dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel Wijziging van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg in verband met de elektronische informatie-uitwisseling in de zorg (31466) op 5 april 2011 na langdurige beraadslagingen unaniem heeft verworpen [3]. De onmogelijkheid om de veiligheid het EPD te garanderen, en de hiermee verband houdende gebrekkige privacybescherming van de patiënt, hebben in de afwegingen van de Eerste Kamer een doorslaggevende rol gespeeld. Bovendien aanvaardde de Eerste Kamer op dezelfde dag de motie-Tan, waarin de regering is verzocht "alles te doen wat in haar vermogen ligt om verdere beleidsinhoudelijke, financiële en organisatorische medewerking aan de ontwikkeling van het Landelijk Schakelpunt te beëindigen" [4]. De Minister heeft op 11 april 2011 toegezegd deze motie te zullen uitvoeren [5].
 
Wij stellen vast dat de motie-Mulder c.s. in tegenspraak is met de beslissingen van de Eerste Kamer, en verzoeken u met klem deze te verwerpen.
 
Hoogachtend,
vanuit het Platform Bescherming Burgerrechten,
 
 
DeVrijePsych
Stichting KDVP
Stichting Meldpunt Misbruik ID-plicht
Ouders Online
Stichting Privacy First
Burgerrechtenvereniging Vrijbit
Vincent Böhre (voorzitter)
Jacqueline Gerretsen (lid Humanistisch Verbond in kader van privacybescherming)
Joyce Hes (adviseur)
 


3 november 2011: De zitting van het College van Beroep voor het bedrijfsleven in onze zaak (in tweede instantie) tegen de Nederlandse Zorgautoriteit heeft vandaag plaatsgevonden.
 
Ons pleidooi staat hier. Namens de Stichting KDVP pleitte ook Mr. Ab van Eldijk.
 
Verweer namens de Nederlandse Zorgautoriteit werd gevoerd door de Landsadvocaat Prof. Dr. Mr. G.R.J. de Groot van het kantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
 
De zitting werd weer op prettige wijze geleid door Mr. B. Verwayen, vice-president, en had een gunstig beloop.
 
De beslissing van het College is na medio december te verwachten. Een voorspelling over de inhoud daarvan valt niet te doen.
(KM)

26 oktober 2011: Het College van Beroep voor het bedrijfsleven zal (onder meer) ons beroep tegen de Beslissing op Bezwaar van de Nederlandse Zorgautoriteit d.d. 8 april 2011 op 3 november 2011, om 10 uur, behandelen. De zitting is openbaar zal worden gehouden in het Paleis van Justitie te Den Haag, Prins Clauslaan 60.
 
Ronald van den Berg en Kaspar Mengelberg hebben op 7 juli 2011 een uitgebreid beroepschrift met daarbij behorend addendum ingediend. Beide documenten zijn in nauwe samenwerking met drs. drs. Philo Mengelberg-van Gastel tot stand gekomen. De Landsadvocaat zal namens de Nederlandse Zorgautoriteit verweer voeren.

26 september 2011: Over DigiNotar, falend toezicht, en de les voor het EPD, door Guido van 't Noordende.
 
Van 't Noordende, Universiteit van Amsterdam, schetst in dit artikel de lessen die geleerd kunnen worden van de DigiNotar-affaire voor het ontwerp van andere grote of centraal georganiseerde systemen, met als belangrijkste voorbeeld het EPD. Ook gaat hij in op de rol (of het falen) van toezicht, en de beperkingen van toezicht en auditing.

26 september 2011: Ik ontving een reactie van FOX-IT op mijn onderstaande e-mail. Men adviseert om ZorgTTP, zonodig via het College Bescherming Persoonsgegevens, te verzoeken om zelf een onafhankelijk onderzoek te doen instellen. Hetgeen ik heb gedaan. 

18 september 2011: Update Diginotar/ ZorgTTP - DBC Onderhoud - DIS. Op 13 september schreef ik de navolgende e-mail aan het IT-beveiligingsbedrijf FOX-IT dat aan de overheid over het Diginotar-debacle rapporteerde. Ik kreeg tot nu toe geen antwoord.
 
"Mijne dames en heren,
 
In uw interim rapport van 6 september jl. maakt u (onder 3.2) melding van 'evidence' van [feitelijk plaatsgevonden] misbruik van certificaten van (onder meer) "Stichting TTP".
 
Ik ben psychiater en als zodanig geïnteresseerd in de beveiliging van Diagnose Behandel Combinatie (DBC)-registraties. De Stichting ZorgTTP te Houten verzorgt de pseudonimisatie hiervan en schrijft dat bedoelde certificaten door haar werden gebruikt. Zie http://www.dbcinformatiesysteem.nl/cms/modules/filemanager/download.php?file=224
 
Ik zou het zeer op prijs stellen wanneer u mij zou willen laten weten of de pseudonimiseringsprocessen van de Stichting ZorgTTP in gevaar zijn geweest, en of wellicht daardoor medisch geheime gegevens in handen van derden zijn gekomen of hadden kunnen komen. Stichting ZorgTTP stelt van niet, maar ik acht hier ook een onafhankelijke beoordeling aangewezen. Immers, wanneer datalekkage heeft plaatsgevonden zijn medische gegevens van wellicht miljoenen Nederlanders in criminele handen gekomen. Alle behandelingen binnen de tweedelijns (specialistische) gezondheidszorg dienen immers, zoals verplicht gesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit, conform de DBC-systematiek geregistreerd te worden, en deze registraties dienen aan ZorgTTP, ter pseudonimisatie, te worden aangeleverd.
 
Hoogachtend,
(KM)"


6 september 2011: update inzake Diginotar/ZorgTTP:
Kamerbrief Digitale inbraak DigiNotar:
http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/09/05/digitale-inbraak-diginotar/kamerbrief-diginotar.pdf
 
 
Rapport Fox-IT, operation Black Tulip
(http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/rapporten/2011/09/05/diginotar-public-report-version-1/rapport-fox-it-operation-black-tulip-v1-0.pdf)
 
"3.2 Compromised CAs
The attacker(s) had acquired the domain administrator rights. Because all CA servers were members of the same Windows domain, the attacker had administrative access to all of them. Due to the limited time of the ongoing investigation we were unable to determine whether all CA servers were used by the attacker(s). Evidence was found that the following CAs were misused by the attacker(s):
(…)
- Stichting TTP Infos CA" (onderstreping van mij, KM)

Dit zou wellicht kunnen betekenen dat de hacker, i.c. de Iranese geheime dienst,  gedurende weken toegang heeft gehad tot bestanden gericht aan- of binnen ZorgTTP en/of haar afnemers, waaronder het DBC Informatiesysteem DIS. Tevens rijst de vraag om welke reden deze dienst geinteresseerd zou kunnen zijn in DBC-registraties. Wellicht wenst hij informatie over de gezondheidstoestand van Iraniërs in Nederland. Wanneer hij daarvan het geboortejaar, geslacht en postcodecijfers uit andere bronnen weet zijn DBC-registraties (na de eerste pseudonimisatie) tot individuen te herleiden.
  
Diginotar is eigendom van de multinational Vasco (http://www.vasco.com/).

De conclusie is gewettigd dat (massale) veilige verzending en opslag van strikt geheime gegevens niet mogelijk is, en dat beiden niet moeten plaatsvinden. Zonder twijfel zullen de betrokken instanties en belanghebbenden deze conclusie niet trekken en technische schijnoplossingen presenteren.

5 september 2011: DBC-registraties wellicht in onveilige handen
 
De Stichting ZorgTTP (https://www.zorgttp.nl/pages/page/19) verzorgt de (tweede) pseudonimisatie van door de overheid (i.c. door NZa) verplicht gestelde DBC-registraties, alvorens deze aan het DBC Informatiesysteem (DIS) worden aangeleverd. ZorgTTP maakt gebruik van beveiligingscertificaten van het bedrijf Diginotar (http://www.diginotar.nl/Home/tabid/209/Default.aspx).
 
Ten gevolge van (elektronische) inbraak bij Diginotar, mogelijk door de Iranese geheime dienst, "kunnen gebruikersnamen, wachtwoorden en ingediende verzoeken op andere plekken zijn terechtgekomen dan waarvoor ze bedoeld waren" (NRC, 3 september 2011). De inbraak is reeds op 19 juli 2011 door Diginotar ontdekt. Diginotar heeft verzuimd dit direct te melden.
 
ZorgTTP heeft hierover een mededeling doen uitgaan. Zij stelt dat zij voor "pseudonimisatiediensten … gebruik [maakt] van zogeheten X.509-certificaten van ondermeer DigiNotar", maar dat zij "voor haar totale dienstverlening gebruik [maakt] van X.509-certificaten die zijn uitgegeven door verschillende certificatie-autoriteiten", met name van "Verisign …-certificaten". Ten gevolge hiervan zou "de betrouwbaarheid" van haar "pseudonimisatie-diensten … niet in het geding [zijn]".
 
Op zijn minst zou de juistheid van bovenstaande mededeling door onafhankelijk onderzoek moeten worden geverifieerd. Vooralsnog dient het uitgangspunt te zijn dat de overheid, of wie dan ook, de databeveiliging binnen ZorgTTP niet kan garanderen. Met andere woorden, de medische informationele privacy van alle burgers is bij ZorgTTP nu ook om bovenstaande reden niet in veilige handen. Hierbij moet worden overwogen dat naast DBC Onderhoud ook een aantal andere organisaties in de zorg gebruik maakt van de diensten van ZorgTTP, en dus mogelijk ook van onveilige beveiligingscertificaten van Diginotar. 

KM
 

Zie https://blog.torproject.org/category/tags/ca-certificates. ZorgTTP wordt hierin expliciet benoemd.
 


29 juni 2011: Els van Thiel schreef in het julinummer van Arts & Auto een mooi afscheid van Michael Chayes (1930-2011). Met vriendelijke toestemming hier overgenomen.
19 juni 2011: De Stichting KDVP heeft zich tot de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) gewend. Deze deed op 15 juni 2011 uitspraak, welke neer komt op het voorlopig stuiten van handhavingmaatregelen door de Nederlandse Zorgautoriteit. Dit betekent dat de door NZa verplicht gestelde diagnosevermelding op de declaratie niet aan de orde is. Dit in afwachting van de uitspraak van het CBb in de bodemprocedure inzake de Beslissing op Bezwaar van de Nederlandse Zorgautoriteit van 8 april 2011. Zowel de KDVP als DeVrijePsych zijn daarin partij. De behandeling van de bodemprocedure is nog voor het einde van 2011 te verwachten.

7 juni 2011: Kaspar Mengelberg publiceerde in het Maandblad Geestelijke volksgezondheid van april 2011 het artikel Privacy bij de psychiater. Met dank aan de redactie van MGv hier overgenomen. Verschillende reacties stonden in het nummer van mei 2011, zie hier.
 
In memoriam Hans Keilson
Vandaag, 31 mei 2011, is onze collega Hans Keilson overleden. Hij werd 101 jaar oud.
 
Hans heeft een uitgebreid litterair oeuvre nagelaten. Na de herontdekking hiervan door recensent Francine Prose in de New York Times van 5 augustus 2010, waarin hij als 'genius' werd gekwalificeerd, steeg zijn nationale en internationale roem. Vele interviews volgden. Hans genoot hier zichtbaar van, en wij met hem.
 
Keilson heeft niet alleen als litterator en verzetsstrijder maar ook als zenuwarts-psychoanalyticus en als wetenschapper en met name als kinderpsychiater een eminente en zeer langdurige staat van dienst gehad. Hij heeft in meerdere wetenschappelijke publicaties, waaronder zijn proefschrift Sequentielle Traumatisierung bei Kindern (1978), gewezen op het belang van de secundaire traumatisering. Zijn belangrijke idee hierover is inmiddels binnen gespecialiseerde professionele kringen gemeengoed geworden en vond, ook nog recent, internationale erkenning. Zo schrijft Margarita Diaz Cordal in Traumatic effects of political repression in Chile: A clinical experience:
 
“Keilson (1992) states that the consequences of trauma persist even after wars, dictatorial regimes or political repression have ended. Consequently, if traumatized subjects' expectations of reparation, recognition and social validation of the damage they have suffered are frustrated by society's silence and by the lack of justice, they would suffer another traumatic sequence of yet greater intensity that would lead to deeper feelings of impotence, helplessness and marginalization from society”.
(International Journal of Psycho-Analysis  86 (2005), p. 1317-1328)
 
Hans heeft een grote persoonlijke invloed op mij gehad. Hij vormde mijn eerste kennismaking met de psychiatrie en de psychoanalyse, zonder het zelf te weten. Dat ging via de radio zat zo:
 
Ik was veertien jaar, zat op het Amsterdamse Vossiusgymnasium, had griep, lag in bed en luisterde ik naar de radio. In het ochtendprogramma werd destijds dagelijks Moeders Wil is Wet door de KRO uitgezonden, gedurende vijfentwintig jaar geproduceerd en gepresenteerd door Mia Smelt (1914-2008). Zij behandelde zaken die interessant voor de doelgroep waren: moeders en huisvrouwen.  Omringd door een kringetje daaruit had zij een kinderpsychiater uitgenodigd, die 'vertelde over gevallen uit zijn praktijk'.  '
Ik hoor nog zijn aardige donkere stem met dierbaar Duits accent. Ik wist niks van psychiatrie maar dacht wel dat een kinderpsychiater in elk geval  veel verstand van kinderen moest hebben. Ik was verbijsterd toen hij het volgende met vanzelfsprekendheid zei dat ik mij letterlijk herinner:
 
"Wij psychiaters zijn altijd heel blij wanneer zo'n jongen, na een paar jaar behandeling, begint met liegen en gappen en stelen".
 
De moeders rondom Mia Smelt beviel dit allerminst. Onder het protestkrakeel verstond ik het snibbige 'nou dat moet je dus echt niet hebben, dan ben je nog veel verder van huis!"
 
Dit was een revolutie voor mij, hoewel ik van de achtergronden toen niks begreep. Hoe was het mogelijk dat een aardige man met kennelijk verstand van kinderen 'liegen en gappen en stelen' niet veroordeelde maar juist positief labelde! Het gevoel en het idee dat psychoanalyse een bevrijdende en revolutionaire wetenschap kan zijn, hoort te zijn, heeft mij sindsdien nimmer verlaten.
 
De rest van het programma ben ik vergeten en de naam van de psychiater had ik ook niet onthouden. Maar het heeft een onuitwisbare indruk gemaakt. Niet lang daarna begon ik met lezen over psychoanalyse, met name de Vorlesungen van Freud, in Nederlandse vertaling bij ons in huis.
 
Jaren later vertelde ik deze anekdote in mijn eigen analyse. Mijn analytica meende dat de psychiater wel Hans Keilson moest zijn geweest. Terecht, zo bleek bij navraag bij Hans, die ik weer jaren later had leren kennen. Ook hij herinnerde zich die ochtend in de studio, met de protesterende huisvrouwen, decennia na dato.
 
Het wordt stil in de kringen van onze oudere vakbroeders. Dat is triest.
 
Kaspar Mengelberg

30 mei 2011: De minister van volksgezondheid, mevrouw Edith Schippers, heeft vandaag de Kamervragen van mevrouw Renske Leijten (SP) beantwoord.
 
De minister geeft geen oordeel over nieuwe de Beslissing op Bezwaar van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) d.d. 8 april 2011 terwijl haar daarom was gevraagd. De minister is ook niet bereid om deze Beslissing op Bezwaar te vernietigen terwijl dit tot haar bevoegdheid behoort.
 
De eerdere Beslissing op Bezwaar (d.d. 7 augustus 2008) van de NZa  was op 2 augustus 2010 door het College van Beroep voor het bedrijfsleven vernietigd. Het College had geoordeeld dat de bezwaren tegen het doorgeven van diagnose-informatie aan "derden die niet bij de behandeling betrokken zijn" "zwaarwegend" zijn en had de verplichting om deze informatie op de rekening te vermelden geschorst. De nieuwe Beslissing op Bezwaar heeft deze verplichting weer ingevoerd.
 
Dit betekent dat psychiaters en psychotherapeuten nu ook met miniseriële instemming onverminderd verplicht zijn om bij alle patiënten hun beroepsgeheim te doorbreken. Ook bij patiënten die hun behandeling zelf betalen. De diagnose moet op rekeningen worden vermeld en diagnostische gegevens moeten middels een DBC-registratie (gepseudonimiseerd) aan het DIS van de overheid worden aangeleverd. In tegenstelling tot wat binnen het inmiddels om privacyredenen verworpen EPD-project het geval was bestaat geen opt-out mogelijkheid.
 
Vastgesteld moet worden dat het handhaven van het medische beroepsgeheim en de privacy van patiënten, ondanks voortschrijdend maatschappelijk inzicht, nog niet tot de prioriteiten van de minister behoort.
 
Marjolijn Februari (Dr. Mr. Drs. M. Drenth) schreef in de NRC van 23 mei 2011 haar verhandeling Het zijn totalitaire tijden:
 
"… Omdat u de boel niet vertrouwde, werd ik verplicht om mijn biometrische gegevens af te staan en werden artsen bij wet verplicht om de diagnose van de patiënten op hun factuur te zetten en zo de staat op de hoogte te brengen van al die dingen die een staat niet hoort te willen weten. …
Het is louter om fraude tegen te gaan dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) het beroepsgeheim en de contractvrijheid van artsen heeft afgeschaft en zelfs die van psychiaters. Het is om fraude tegen te gaan dat de NZa ondanks verloren rechtszaken geen krimp geeft en dat behandelaars en patiënten niet langer de vrijheid hebben om onderling afspraken te maken. Niet alleen mijn adres is inmiddels bekend bij u, maar ook al mijn wel en wee. …".
 
Mr. Inez N. Weski hield op 5 mei 2011 op uitnodiging van het 4 & 5 mei Comité Amsterdam de Vrijheidslezing. Zij zei:
 
"… We krijgen tegenwoordig dagvers een volgend deel uit het feuilleton van megalomane vrijheidsbeperking. … Tot zelfs inkijkjes of gewoon verkrachting van de menselijke geest door psychiaters te verplichten om op hun rekening de diagnose van hun patiënt te zetten en alle patiëntgegevens aan te leveren aan de overheid.
Inderdaad, who needs geheimhouders? Dat miste natuurlijk nog in de databanken. We hebben alle biologische gegevens? Check. We weten wat ze eten? Check, we weten wat ze lezen? Check! Waar ze naar toe gaan met wie, hoe laat en waarom? Check. Nou dan missen we nog de categorie psychische makkes. OK, regel even dat dat verplicht gemeld wordt aan het centraal gezag! Check!
Want al die gegevens zullen toch nooit aan de verkeerde ter beschikking worden gesteld? Alle overheden hebben toch altijd het beste met u voor? Heeft u dat nog niet geleerd van de geschiedenis? …"
 
Het is te hopen dat de Tweede Kamer in de antwoorden van de minister aanleiding zal vinden om daarover in debat te gaan.

KM

15 mei 2011: Vanuit DeVrijePsych zijn Ronald van den Berg en Kaspar Mengelberg, psychiaters, bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in beroep gegaan tegen de Beslissing op Bezwaar van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) d.d. 8 april 2011.
De NZa stelt hierin het vermelden van de diagnose op de rekening van psychiaters en psychotherapeuten weer verplicht, ook bij zelfbetalende patiënten. De NZa bevestigt ook opnieuw de verplichting om diagnostische gegevens per gepseudonimiseerde DBC-registratie bij het DBC Informatiesysteem (DIS) van de overheid aan te leveren. Dit betekent dat de NZa haar oorspronkelijke regelgeving, ondanks de uitspraak van het CBb, volledig in stand heeft gelaten. De NZa dwingt behandelaren hun beroepsgeheim te doorbreken. Niemand kan dus (conform deze regelgeving) een psychiater of psychotherapeut raadplegen zonder dat dit buiten de spreekkamer wordt geregistreerd.
Ook de Stichting KDVP is in beroep gegaan.

6 mei 2011: Mr Inez N. Weski hield op 5 mei 2011 de Vrijheidslezing in Felix Meritis te Amsterdam. Citaat:
"…
Tot zelfs inkijkjes of verkrachting van de menselijke geest door psychiaters te verplichten op hun rekening de diagnose van hun patiënt te zetten en alle patiëntgegevens aan te leveren aan de overheid. Inderdaad, who needs geheimhouders. Dat miste natuurlijk nog in de databanken. We hebben alle biologische gegevens? Check. We weten wat ze eten? Check, we weten wat ze lezen? Check! Waar ze naartoe gaan met wie, hoe laat en waarom? Check. Nou dan missen we nog de categorie psychische makkes. OK, regel even dat dat verplicht gemeld wordt aan het centraal gezag! Check!…"   
 
Een verkorte versie is per video-opname te zien onder
http://www.youtube.com/watch?v=Y7kEW602jrM&feature=youtu.be (bovenstaand citaat van 4:05-4:55). De volledige tekst van de lezing staat onder downloads op http://www.felix.meritis.nl/nl/agenda/vrijheidslezing-amsterdam/

4 mei 2011: Michael Chayes gestorven
 
Onze lieve vriend en makker Michael Chayes is vanochtend onverwacht gestorven.
 
Mike was psychoanalyticus, psychiater en psychotherapeut pur sang.
Hij was vanaf het eerste uur (2004) met de zaak van DeVrijePsych geëngageerd. In felle bewoordingen verzette hij zich tegen hij het opgeven van de professionele discretie.
 
Michael was veelzijdig, geleerd, gevoelig en bescheiden.
 
De herinnering aan zijn warme stem met het licht-Amerikaanse accent is in ons geheugen verankerd.  
 
Wij zullen Mike, zijn vriendschap en zijn invallen heel erg missen.
 
Kaspar Mengelberg 
4 mei 2011



1 mei 2011: Philo van Gastel en Kaspar Mengelberg schreven NZa legt uitspraak van rechter naast zich neer in FD van 18 april 2011. Ronald van den Berg reageerde hierop met  Psychiatrie en Privacy in FD van 26 april 2011. Beide verhandelingen vindt u hier.
 
Michael Chayes schreef in Medisch Contact (nr. 14 - 08 april 2011) onder de (oorspronkelijke) titel Een gebakken lucht transparantie. Zijn bijdrage ziet u hier.
 

20 april 2011: Vragen van het lid Leijten (SP) aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het naast zich neerleggen van een gerechtelijke uitspraak door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)In memoriam Hans Keilson (1909-2011)
 
1
Bent u van mening dat alle tot 23 maart 2010 door partijen in het geding naar voren gebrachte argumenten en omstandigheden, inclusief in de primaire BoB, in de uitspraak van het CBb zijn gewogen en vervat? Zo nee, waarom?
 
2
Bent u van mening dat NZa in de secundaire BoB (ook) nieuwe argumenten en omstandigheden naar voren had moeten brengen om aan de uitspraak van het CBb te voldoen? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom?
 
3
Zo ja, welke nieuwe argumenten en omstandigheden heeft NZa in haar secundaire BoB naar voren gebracht? Graag uw gespecificeerd antwoord.
 
4
Acht u deze (eventuele) nieuwe argumenten en omstandigheden van voldoende gewicht om te voldoen aan de hierboven genoemde opdracht van het CBb? Zo ja, kunt u uw antwoord toelichten?
 
5
Wat is uw oordeel over het artikel ‘NZa legt uitspraak rechter naast zich neer’? Deelt u de mening dat het opnieuw verplicht stellen door de NZa van het vermelden van diagnoses op de rekening van psychiaters en psychotherapeuten, in strijd is met de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven? Zo nee, waarom niet? (1)
 
6
Deelt u de mening dat de NZa te allen tijde gerechtelijke vonnissen moet opvolgen? Zo nee, in welke gevallen is het naar uw oordeel gerechtvaardigd dat de NZa een vonnis naast zich neerlegt?
 
7
Herinnert u zich uw antwoord op eerdere schriftelijke vragen, waarin u stelde dat het CBb de NZa heeft opgedragen om de verplichting tot het aanleveren van diagnose-informatie aan zorgverzekeraars beter te onderbouwen? Op grond waarvan meent u dat door het CBb-vonnis deze verplichting in stand kan blijven en de NZa slechts een nadere onderbouwing moest leveren? Wilt u uw antwoord toelichten? (2) (3)
 
8
Deelt u de mening dat de verplichting tot aanleveren van diagnosegegevens aan zorgverzekeraars strijdig is met de eed van geheimhouding die behandelaren hebben gezworen? Zo nee, waarom niet?
 
9
Herinnert u zich dat u in een schriftelijk overleg met de Eerste Kamer heeft gesteld dat NZa-beleidsregels slechts voor vernietiging in aanmerking komen indien deze in strijd zijn met het algemene (volksgezondheids)belang? Deelt u de mening dat schending van de privacy van patiënten en het frustreren van de vertrouwensrelatie tussen patiënt en behandelaar aan uw criterium voor vernietiging voldoet? Zo nee, waarom niet? (4)
 
10
Waar is het door u gehanteerde criterium voor het al dan niet vernietigen van NZa-besluiten op gebaseerd? Betreffen het hier bestaande wetten, jurisprudentie ed., of uw persoonlijke opvatting? Wilt u uw antwoord toelichten?
 
11
Bent u, in algemene zin, van mening dat strijdigheid met een gerechtelijk vonnis per definitie voldoende grond is om een NZa-beleidsregel te vernietigen? Wilt u uw antwoord toelichten?
 
12
Bent u bereid om de opnieuw door de NZa ingestelde verplichting om diagnoses te vermelden op declaraties, te vernietigen? Zo nee, waarom niet?
 
(1) Financieele Dagblad, 18 april 2011
(2) Tweede Kamer 2010-2011, Aanhangsel van de Handelingen nr. 1104
(3) Uitspraak College van Beroep voor het Bedrijfsleven, 2 augustus 2010
(4) Eerste Kamer, 2010-2011, 31950, C
 
Tot zover de Kamervragen waarmee wij blij zijn.
 
Toelichting (KM):
Psychiaters en psychotherapeuten maakten formeel bezwaar tegen de regelgeving van NZa die toepassing van de DBC-systematiek in de ggz in 2008 verplicht stelde. Deze bezwaren werden in de primaire Beslissing op Bezwaar (BoB) van NZa d.d. 7 augustus 2008 afgewezen. Psychiaters gingen tegen deze BoB in beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). De zitting vond plaats op 23 maart 2010, het CBb maakte haar uitspraak op 2 augustus 2010 bekend. Het CBb oordeelde dat de NZa een nieuwe BoB moest nemen, "met inachtneming van [haar] uitspraak", dat wil zeggen van haar overwegingen en dictum. De NZa maakte haar secundaire BoB op 8 april jl. bekend.
 
19 april 2011: In memoriam Louis Tas
 
Vandaag bereikte mij het bericht dat mijn dierbare vriend en leermeester Louis Tas op 14 april jl. is gestorven. Louis werd 90 jaar. Hij is inmiddels begraven.
 
Zijn laatste levensfase was moeilijk. Ik heb hem geregeld opgezocht, aanvankelijk thuis en later in de verpleeghuizen waarin hij ten slotte moest verblijven.
 
Zelf langzaamaan ouder worden kan soms leiden tot een soort omkering van rollen. Zo ook hier, en ik vond dit aanvankelijk niet gemakkelijk.
 
Louis kon niet geloven dat zijn geheugen hem grotendeels in de steek had gelaten. "Ze zeggen dat ik aan die ziekte lijd van die Duitser, wiens naam ik niet meer weet". Hij begreep ook niet waarom hij niet meer kon werken. Hij vond dat vreselijk.
 
Verduistering werd onderbroken door glasheldere momenten van groot inzicht in de wereld en hemzelf.
"Louis, ben je eigenlijk kwaad of verdrietig over hoe het met je gesteld is?"
"Jawel".
"Maar ik zie het niet aan je".
"Als ik echt kwaad of verdrietig zou zijn dan zou ik toegeven dat het waar is".
 
Ik ken Louis vanaf mijn zeventiende. Zonder hem was ik waarschijnlijk geen psychiater geworden. Louis behoorde tot het zeldzame soort mensen dat vrijwel altijd eigenlijk gelijk heeft. Louis leefde en werkte op zijn eigen manier. Ik ben hem buitengewoon dankbaar.
 
Kaspar Mengelberg
 
Interview met Frénk van der Linden, 20 december 2008, Het Parool.
Interview met Coen Verbraak, 24 november 2007, Vrij Nederland.
 
18 april 2011: Artikel NZa legt uitspraak van rechter naast zich neer door Philo van Gastel en Kaspar Mengelberg in het Financieele Dagblad (FD) van vandaag. Zie ook hier.

9 april 2011: Nederlandse Zorgautoriteit legt uitspraak rechter naast zich neer.
 
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft op 8 april 2011 haar nieuwe Beslissing op Bezwaar, zoals haar door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) per uitspraak van 2 augustus 2010 was opgedragen, bekend gemaakt.
 
De NZa stelt het vermelden van de diagnose op de rekening van psychiaters en psychotherapeuten weer verplicht, ook bij zelfbetalende patiënten. De NZa bevestigt bovendien opnieuw de verplichting om diagnostische gegevens per gepseudonimiseerde DBC-registratie bij het DBC Informatiesysteem (DIS) aan te leveren.
 
Dit betekent dat de NZa haar oorspronkelijke regelgeving, ondanks de uitspraak van het CBb, volledig in stand laat. De NZa lijkt hiermee de uitspraak van het CBb te negeren.
 
Het CBb overwoog in haar beslissing van 2 augustus 2010 immers als volgt:
"…2.4.4.3 Tegenover deze belangen [bedoeld: belangen die zijn gediend bij de beschikbaarheid voor zorgverzekeraars van diagnose-informatie, K.M.] staat dat het verstrekken aan zorgverzekeraars van diagnose-informatie over individuele patiënten inbreuk maakt op de medische privacy van deze patiënten. Appellanten hebben uitvoerig toegelicht welke bezwaren vanuit het perspectief van de patiënt, de behandeling en het beroepsgeheim van de behandelaar zijn verbonden aan het doorgeven van dergelijke informatie aan derden die niet bij de behandeling zijn betrokken. Naar het oordeel van het College zijn deze bezwaren zwaarwegend. Het gaat om diagnoses die de kern van het privé-leven van de betrokken persoon raken, zodat informatie hierover zeer privacygevoelig is. Daar komt bij dat, zoals appellanten hebben betoogd, vertrouwelijkheid en geheimhouding bij de behandeling van psychische klachten van groot belang zijn. Het kunnen waarborgen daarvan is dan ook voor appellanten – ongeacht de door verweerster opgeworpen vraag of alleen door patiënten een beroep op artikel 8 EVRM kan worden gedaan – uit hoofde van het deugdelijk kunnen uitoefenen van hun beroepspraktijk, een zelfstandig bij de tariefbeschikking in aanmerking te nemen belang. …"  

Speciaal ten aanzien van zelf betalende patiënten overwoog het CBb als volgt:
"2.4.4.6 … Het College overweegt voorts dat bij patiënten die de behandeling zelf betalen er geen belang is van zorgverzekeraars bij vermelding van diagnose-informatie op de declaratie. Welk ander belang bij deze categorie patiënten is gediend bij vermelding van diagnose-informatie op de declaratie, indien de patiënt daar zelf geen prijs op stelt, heeft verweerster niet duidelijk kunnen maken. Anderzijds zijn aan deze vermelding voor deze patiënten wel nadelen verbonden, onder meer vanwege het risico dat de informatie – in deze gevallen mede in de vorm van een lekenbeschrijving – buiten hun wil onder ogen van derden komt.

Het CBb kwam tot de volgende beslissing:
“4. .. Het College …
- vernietigt het besluit van verweerster van 7 augustus 2008;
- draagt verweerster op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- treft de voorlopige voorziening dat voor appellanten, voor zover zij handelen als vrij gevestigde psychiater of psychotherapeut, de uit de tariefbeschikking van 20 december 2007 voortvloeiende verplichting om de in artikel 6.6 en 6.7 van de Regeling Declaratiebepalingen DBC-GGZ bedoelde diagnose-informatie en lekenomschrijving op declaraties te vermelden en aan zorgverzekeraars en cliënten te verstrekken, wordt geschorst tot zes weken na het nemen van een nieuw besluit op bezwaar; …”
(alle cursiveringen van mij, K.M.)
 
Uit de overwegingen en de beslissing van de rechter wordt duidelijk dat het CBb het belang van de medische privacy van patiënten en het waarborgen daarvan door behandelaars zwaar laat wegen. Zodanig zwaar dat het CBb de verplichting tot diagnosevermelding op de rekening bij wijze van voorlopige voorziening heeft geschorst.

De NZa heeft zich in haar nieuwe Beslissing beperkt tot toelichting op haar bestaande regelgeving maar heeft deze verder ongewijzigd gelaten. De medische privacy van de patiënt blijft dus ondergeschikt aan andere belangen. De NZa lijkt hierdoor niet voldaan te hebben aan de opdracht van het CBb een nieuw besluit te nemen
met inachtneming van haar uitspraak.

De voorlopige voorziening van het CBb eindigt zes weken na de Beslissing van de NZa. Vanaf dat moment kan de NZa opnieuw met handhavingmaatregelen (waaronder dwangsommen en ambtelijke boetes) optreden tegen psychiaters en psychotherapeuten die haar regelgeving zouden overtreden. Dit terwijl het CBb een hiertoe strekkende beschikking van de NZa had vernietigd.

De NZa lijkt, onder verantwoordelijkheid van de minister van volksgezondheid, de rechterlijke uitspraak van het CBb (substantieel) te negeren. Dit is onaanvaardbaar. Bij geschillen tussen burgers en overheid dient ook de overheid zich in het rechterlijk oordeel te voegen.

In december 2010 heeft de Tweede Kamer het
amendement Leijten-van der Veen aangenomen. Dit staat de minister toe besluiten van de NZa te vernietigen. De Tweede Kamer kan de minister daartoe oproepen.

Het is te hopen dat de Tweede Kamer haar verantwoordelijkheid zal nemen.
 
Kaspar Mengelberg

5 april 2011: vandaag heeft de Eerste Kamer de jarenlange exercitie inzake het landelijk elektronisch patiënten dossier (EPD) beëindigd. Dit is om meerdere redenen een heugelijke ontwikkeling.
 
De beleidsmatige en financiële machthebbers ten departemente zagen in dit EPD een handvat tot mega-ordening van de zorg. Uiteraard met enthousiasme door de IT-branche ondersteund.
 
Aanvankelijk was de politiek kamerbreed voorstander van dit EPD; zij heeft gelukkig haar mening om reden van privacybedreiging en -bescherming bijgesteld. Dit is een unicum. De Eerste Kamer was niet langer onder de indruk van de last minute reddingsbrief van de polderende medische organisaties cum gesubsidieerde patiëntenkoepels.
 
Waarschijnlijk heeft senator prof. Heleen Dupuis bij deze ontwikkeling een essentiële rol gespeeld. Chapeau!
 
Om politieke reden kon minister Schipper, na het aanvaarden van haar benoeming, waarschijnlijk weinig anders dan het EPD tot het einde toe verdedigen. Wanneer zij het wetsontwerp zelf had ingetrokken, zoals haar o.m. door Dupuis is gesuggereerd, was zij, en met haar de regering, verantwoordelijk gesteld voor driehonderd miljoen down the drain. Deze klus heeft zij door de Eerste Kamer laten klaren. Hoe zij zelf over privacy denkt kan ik niet goed beoordelen; ik vrees dat zij hieraan geen groot belang hecht.
 
De medische informationele privacy en het beroepsgeheim, en daarmee de professionele autonomie, krijgen door de schipbreuk van het EPD wellicht een nieuwe kans. Het bureaucratisch-politieke uitgangspunt van mega-ordening van de zorg is een gevoelige slag toegebracht. Dit biedt kansen voor herstel van de menselijke maat.
 
Het debacle van het EPD zal onze noodzakelijke verdere strijd tegen de DBC-systematiek (en tegen de NZa) faciliteren.
 
1 april 2011: Op het Voorjaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie is op 1 april 2011 gediscussieerd over de bij deze datum passende stelling "Het beroepsgeheim is uit de tijd".
 
Ronald van den Berg leverde de navolgende bijdrage.
 
Die bewering klopt. Maar alleen als-ie bedoeld is als ‘t begin van een zin. En die zin luidt: “Het beroepsgeheim is uit de tijd…van Hippocrates, nu 24 eeuwen geleden”. Het beroepsgeheim is daarmee 400 jaar ouder dan het Christendom.
Het houdt in dat je tegenover derden zwijgt over feiten en gegevens, die je beroepshalve te weten bent gekomen[1] [2]. Alleen de patiënt kan u toestaan van uw beroepsgeheim af te wijken. Bij uitzondering mag u in geval van conflicterende belangen anders beslissen[3].
Wanneer iemand zijn beroepsgeheim schendt, is hij strafbaar op grond van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht[4]. Maar artsen die disfunctioneren worden doorgaans aangeklaagd bij een Medisch Tuchtcollege[5]. Dat heeft verder reikende straffen in petto.
 
Kennelijk had Hippocrates al benul van een “holding environment”[6], de behandeling als veilige haven voor de patiënt, waarbij niets naar buiten lekt.
Het beroepsgeheim geldt in de gehele geneeskunde maar bij uitstek in de psychiatrie. Wij vragen de patiënt immers om ons geheel vrij en zonder geheimen tegemoet te treden omdat schaamtevolle emoties, merkwaardige angsten en afwijkende ideeën bij uitstek het terrein zijn waarop onze interventies zich richten[7]. Een besloten therapeutische situatie is dus een absolute voorwaarde voor ons beroep. Als vertrouwelijke gegevens uit de behandeling naar derden weglekken gaat die voorwaarde verloren.
 
En juist dat gebeurt momenteel. U wordt geacht vertrouwelijke informatie via het internet over te dragen aan verzekeraars. U dient daarbij de patiënt in te delen in één van 14 DSM-hoofdgroepen[8]. Die informatie wordt meestal buiten patiënten om verstrekt, omdat wordt aangenomen dat zij akkoord zijn als hun behandeling maar betaald wordt. Nog onlangs werd in een brief aan Medisch Contact namens onze Vereniging gesteld, dat echte geheimen van de patiënt niet gespecificeerd bij de verzekeraar terechtkomen. Daarom zouden diagnoses als schizofrenie, middelenverslaving, persoonlijkheidsstoornissen en nog elf andere duidelijke en ernstige psychiatrische beelden niet binnen het beroepsgeheim vallen. Ik beschouw dat als een sofisme. Diagnoses zijn beroepsgeheim. Er is wél een beroepsgeheim of géén beroepsgeheim en een half beroepsgeheim bestaat niet[9].
 
Managers in de GGZ dienen ertoe om, als u in de GGZ werkt, uw werk te faciliteren. Maar velen van hen zijn vervreemd van hun oorspronkelijke taak. Uw werk wordt dan door hen beschouwd als facilitaire dienst om hun bedrijf (niet het uwe kennelijk) gaande te houden. Wantrouwen is daarbij de leidraad. Dus wordt maximale elektronische dossiervorming geëist, voor het oprapen door Jut en Jul binnen de instelling en soms daarbuiten. De GGZ schiet met die bureaucratie  niets op, de managers niet, de behandelaars niet, de patiënten niet. Verweer u daartegen, stel als professionals van de GGZ uw grenzen!


[1] Citaat uit klassieke Hippocratische gelofte: Al hetgeen mij ter kennis komt in de uitoefening van mijn beroep of in het dagelijks verkeer met mensen en dat niet behoort te worden rondverteld, zal ik geheim houden en niemand openbaren.
In 1878 werd door de Staat der Nederlanden een artseneed verplicht gesteld die uitging van deze klassieke Hippocratische gelofte.
[2] Citaat uit de artseneed/belofte van 2003, ingevoerd door de KNMG en de Samenwerkende Universiteiten: Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd.
[3] De IBS (Inbewaringstelling) is daarvan een voorbeeld, daarbij speelt afweging van het belang voor de patiënt zelf, van zijn omgeving of van de maatschappij tegenover het beroepsgeheim een rol. Of sterke aanwijzingen van kindermishandeling.
[4] Citaat art 272 WvS: Hij die enig geheim, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie (€ 19000,-).
Indien dit misdrijf tegen een bepaald persoon gepleegd is, wordt het slechts vervolgd op diens klacht.
[5] Heet tegenwoordig Regionaal (of in hoger beroep:) Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.
[6] Vgl. attachmenttheorie: wanneer een kind zich bij een ouder onveilig voelt zal het zich minder goed ontwikkelen.
[7] Overigens blijkt ook medicatietrouw neemt toe te nemen naarmate er meer vertrouwen is.
[8] 1.Aandachts- en gedragsstoornissen, 2.pervasieve ontwikkelingsstoornissen, 3.overige stoornissen in de kindertijd, 4.delirium, dementie en overige stoornissen, 5.alcoholmisbruik en –afhankelijkheid, 6.overige aan middelen gebonden stoornissen, 7.schizofrenie en andere psychotische stoornissen, 8.depressieve stoornissen, 9.bipolaire stoornissen en overige stemmingsstoornissen, 10.angststoornissen, 11.aanpassingsstoornissen, 12. andere aandoeningen en problemen, 13. restgroepdiagnoses, 14. persoonlijkheidsstoornissen.
[9] Ik ben wél straf baar als ik aan mijn buurman van u vertel dat u psychotisch bent geweest of u een bipolaire stoornis heeft, maar niet als ik die gegevens op het internet laat rondzoemen en terecht laat komen bij een onduidelijke verzekeringsbeambte. Dat wil er bij mij niet in.   


20 maart 2011: Column van prof. Arnold Heertje op rtl.nl: "Grenzen tussen echte en officieuze criminaliteit vervagen soms"

Je hebt geweldsmisdrijven, vastgoedfraude, witteboordencriminaliteit en laakbaar gedrag van zo op het oog nette heren.
 
De drie
Een voorbeeld van laakbaar gedrag van zo op het oog nette heren is de verklaring door Rutger Jan van der Gaag, Paul van Rooij en Bart Heesen. De eerste noemt zich hoogleraar, is gepromoveerd en is tevens voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. De tweede is ingenieur en directeur van GGZ Nederland, dus in dienst van Marleen Barth. De derde is gepromoveerd en directeur van de Orde van Medische Specialisten.

Brief
Het drietal heeft een brief, 'Beroepsgeheim is onontbeerlijk', geplaatst in Medisch Contact. Deze brief heeft een misdadige ondertoon. Aan de orde is het bruskeren van het beroepsgeheim van behandelende psychiaters en het aanranden van de privacy van patiënten door het hanteren van het DBC-systeem, zodanig dat op facturen melding wordt gemaakt van aard en behandeling van psychische stoornissen.

Het drietal vindt deze inbreuken gerechtvaardigd ‘om zorgverzekeraars in staat te stellen hun wettelijke taak uit te voeren en de rechtmatigheid en doelmatigheid van de geleverde zorg te beoordelen’. Hier wordt een humane wereld op zijn kop gezet.

Privacy
Het beroepsgeheim en het beschermen van privacy zijn fundamentele karakteristieken van een humane samenleving. Psychiaters en hun patiënten zijn er niet voor wettelijke bepalingen en regelgeving, maar ordening is er ten behoeve van mensen. Dat brengt met zich dat deze in dienst staat van het humaniseren van de wereld. Wetgeving is een instrument, geen doelstelling op zich.

Ik vind dat de drie heren misbruik maken van hun ambtelijke machtspositie om psychiaters en patiënten gelijk slaven afhankelijk te maken van dehumaniserende bepalingen en uitvoeringen van de overheid.

4 mei
Op 4 mei staan deze heren op de Dam in de houding het Wilhelmus te zingen, terwijl zij op humane gronden, en dat zal iedere rechter met me eens zijn, eigenlijk in het gevang thuishoren. Voor psychiaters en hun patiënten is het wachten op het bevrijdende woord van het kabinet-Rutte.

Arnold Heertje
 
Zie ook onderstaand commentaar op 14 maart 2011
KM

19 maart 2011: "Kleine club"
Koepel van ggz-instellingen GGZ Nederland toont zich bij monde van haar directeur, Ir Paul van Rooij, opnieuw (op Zorgvisie.nl) enthousiast voorstander van de DBC-systematiek in de ggz. Hij meent dat '[d]e branche … en de patiënten … heel tevreden' zijn. Kritiek op het privacyschendende aspect komt volgens hem slechts uit 'een kleine club' van 'vrijgevestigde psychiaters'.
Van Rooij heeft het mis. De kritiek op de DBC-systematiek wordt breed gedragen, zowel buiten als binnen de ggz-instellingen. Deze betreft overigens niet alleen het privacyaspect maar ook onder meer de gebrekkige validiteit en de bureaucratie.
 
In 2007 heeft DeVrijePsych een enquête gehouden onder alle psychiaters en psychotherapeuten in Nederland. Driekwart van de respondenten achtte de DBC-systematiek een gevaar voor de privacy van patiënten.
Zie http://www.devrijepsych.nl/?pagina=ENQUÊTE%20&id=166
 
Honderdzesenveertig individuele psychiaters en psychotherapeuten en organisaties hebben begin 2008 om deze reden formeel bezwaar gemaakt tegen de verplichtstelling van de DBC-systematiek in de ggz.
Zie http://www.enrgin.nl/xdata/devrijepsych/Downloads/beslissing%20op%20bezwaar%207-8-2008%20(psychiaters).pdf
 
Het wetenschappelijk Bureau SP en actiegroep Zorg Geen Markt publiceerden in 2008 hun enquêteonderzoek DE GGZ ONTWRICHT onder vijfduizend medewerkers in de ggz. 66 procent van de werkers in instellingen vond dat DBC’s de privacy van patiënten aantasten,  90 procent van de vrijgevestigden maakte zich hierom grote zorgen (p. 80). "90 procent van de werkers uit de GGZ wil stoppen met het DBC-systeem" (p. 9).
Zie http://www.sp.nl/service/rapport/081025GGZ_ontwricht.pdf
 
Onderzoeker Lars Tummers (Erasmus Universiteit Rotterdam) publiceerde de eerste resultaten van zijn onderzoek onder 1.300 zorgprofessionals onder de titel 'De bereidheid van ggz-zorgprofessionals om te werken met DBC’s' (2010). Deze bereidheid scoort 4,3 op een schaal van tien. Nog lager is de betrokkenheid bij het dbc-systeem: 3,9. Er is veel kritiek op het DBC-systeem. Het is niet toepasbaar op complexe patiënten, het biedt onvoldoende mogelijkheden voor zorg op maat, de privacy is onvoldoende gewaarborgd, de koppeling tussen dsm-classificatie en behandeling is niet zinvol en het nodigt uit tot fraude.In een open opmerkingveld konden zorgprofessionals aangeven welke ideeën ze hadden om de DBC-regelgeving te verbeteren. Van de mensen die hier iets invulde, gaf een derde expliciet en ongevraagd aan dat het systeem moet worden afgeschaft.
Zie http://publishing.eur.nl/ir/repub/asset/21066/Tummers%202010%20-%20De%20ervaringen%20van%20zorgprofessionals%20in%20de%20GGZ%20met%20DBC%27s.pdf en http://www.psy.nl/meer-nieuws/nieuwsbericht/article/ggz-behandelaars-willen-van-dbcs-af/
 
De Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse vindt dat "… De verplichting tot het aanleveren van DBC-patiëntengegevens aan derden, zoals het DIS en aan verzekeringsadministraties staat op gespannen voet met het beroepsgeheim… ."
Zie http://www.enrgin.nl/xdata/devrijepsych/Downloads/DBC%20protest%20nvpa%20mrt%202010%20(2).pdf
 
De Nederlandse PsychoAnalytische Groep meent dat "… in de huidige administratieve verwerking van de vergoeding van ziektekosten [is] de privacy van de patiënt niet voldoende is gewaarborgd… ."
Zie http://www.enrgin.nl/xdata/devrijepsych/Downloads/NPAG%20verkl%20090310.pdf
 
De directeur van GGZ Nederland miskent dat de hoogste bestuursrechter, het College van Beroeps voor het bedrijfsleven, in augustus 2010 oordeelde dat het hier 'gaat om diagnoses die de kern van het privé-leven van de betrokken persoon raken, zodat informatie hierover zeer privacygevoelig is'. Het College noemde bezwaren tegen het doorgeven ervan aan zorgverzekeraars 'zwaarwegend'   en schorste de verplichting daartoe van de zijde van de Nederlandse Zorgautoriteit op.  
 
Hoezo is 'de branche tevreden'? Hoezo 'kleine club'? Kan de heer van Rooij zijn stellingen onderbouwen?  En zo nee zijn excuses aanbieden aan de talrijke professionals die werkzaam zijn in instellingen die hij vertegenwoordigt en die hij met zijn uitspraken van zich vervreemdt?
 
Kaspar Mengelberg, DeVrijePsych www.devrijepsych.nl
Fred Leffers, De GGZ laat zich horen! www.deggzlaatzichhoren.nl
 

14 maart 2011: Prof. dr. Rutger Jan van der Gaag, bestuursvoorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, ir. Paul van Rooij, directeur van GGZ Nederland en dr. Bart Heesen, directeur van de Orde van Medisch Specialisten hebben in het artsenblad Medisch Contact gereageerd op een onlangs daarin gepubliceerd interview. Aanleiding voor het onderstaande commentaar. 
 
Inzake doorbreking het beroepsgeheim onderscheiden de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, de Orde van Medische Specialisten en de werkgeversvereniging GGZ Nederland, bij monde van hun voorzitter respectievelijk hun directeuren, twee domeinen. Enerzijds een domein 'dat van groot belang is in de behandelrelatie', anderzijds een domein dat dit belang in hun opvatting kennelijk niet heeft. Curieus. De Nederlandse artseneed (2003) verklaart immers, kort, goed en ondeelbaar: "Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd".
 
Tot het toegestane doorbrekingsdomein rekenen de auteurs hetgeen zij aanduiden als 'classificatie-informatie over de patiënt aan zorgverzekeraars' op declaraties. Immers, 'diepgaande diagnosegegevens' en  'persoonlijke informatie' zouden niet worden verstrekt, het zou slechts gaan om 'classificatie van de stoornis',  'op het niveau van de DBC-hoofdgroepen'.  
 
De werkelijkheid is minder abstract en onschuldig dan de auteurs suggereren. In concreto gaat het om de navolgende aanduidingen op iedere declaratie  van de psychiater en psychotherapeut, zoals door de Nederlandse zorgautoriteit verplicht was gesteld.  Totdat de rechter (i.c. het College van Beroep voor het bedrijfsleven) in augustus 2010 ingreep.
 
aandachtstekort- en gedragsstoornissen;
pervasieve ontwikkelingsstoornissen;
overige stoornissen in de kindertijd;
delirium, dementie en overige stoornissen;
alcoholmisbruik/afhankelijkheid;
overige aan een middel gebonden stoornissen;
schizofrenie en andere psychotische stoornissen;
depressieve stoornissen;
bipolaire stoornissen en overige stemmingsstoornissen;
angststoornissen;
aanpassingsstoornissen;
andere aandoeningen en problemen;
restgroep diagnoses;
persoonlijkheidsstoornissen.
 
Dit zijn diagnoses, zowel in de ogen van professionals als van leken. Zij kunnen talloze medewerkers van verzekeraars, niet bij de behandeling betrokken en niet aan een beroepsgeheim gebonden, onder ogen komen. En via hen andere derden die hiermee hun dubieus voordeel zouden kunnen doen.
 
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde "dat het verstrekken aan zorgverzekeraars van diagnose-informatie over individuele patiënten inbreuk maakt op de medische privacy van deze patiënten". Het College vond dat "[h]et gaat om diagnoses die de kern van het privé-leven van de betrokken persoon raken, zodat informatie hierover zeer privacygevoelig is". Bezwaren tegen verstrekking hiervan kwalificeerde de rechter als "zwaarwegend".
 
Overigens is de diagnose ook na de rechterlijke uitspraak nog steeds op grond van eigenschappen van de declaratie kenbaar, ook wanneer de expliciete aanduidingen daarop worden weggelaten.  De Nederlandse Zorgautoriteit weet dit en laat dit toe. De auteurs weten dit eveneens. Zij negeren daarmee de rechterlijke uitspraak. Dit leverde de Nederlandse Zorgautoriteit de dubieuze eer op om (als een van drie) in de categorie overheid genomineerd te worden voor de Big Brother Award 2010, toegekend aan instellingen of personen die 'bij uitstek controle op burgers en inbreuken op privacy hebben bevorderd'.
 
Hoe zou het komen dat de auteurs hier zo anders dan de rechter over denken? Lang bestaand maar bij nader inzien toch onterecht engagement met de DBC-systematiek? Polderblindheid in het licht van goede relaties met overheid en verzekeraars? Steun in de rug van de Nederlandse Zorgautoriteit die binnen kort een nieuwe beslissing moet nemen?
 
Hiernaast miskennen de auteurs dat DBC-declaratie onlosmakelijk met DBC-registratie is verbonden. Over dit laatste heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven op juridisch-technische reden helaas geen oordeel kunnen uitspreken. Deze DBC-registraties moeten conform de 'Regeling verplichte aanlevering minimale dataset GGZ Zvw' van de Nederlandse Zorgautoriteit bij het DBC Informatiesysteem (DIS) van de overheid worden aangeleverd, zelfs wanneer patiënten hun behandeling uit eigen middelen betalen. De registraties zijn veel uitgebreider dan de declaraties en dienen het complete vijf-assige DSM-IV profiel van de patiënt te omvatten. Dit profiel bestaat uit het psychiatrische toestandsbeeld, bijvoorbeeld schizofrenie of depressie, aanwezigheid van persoonlijkheidsproblematiek, bijvoorbeeld borderline persoonlijkheidsstoornis, de lichamelijke aandoeningen, eventuele sociale problematiek zoals huwelijkscrisis of problemen met justitie, en ten slotte een inschatting van het niveau van functioneren op een schaal van nul tot honderd.
 
De naam van de patiënt wordt hierbij vervangen door een pseudoniem. Echter, in de brief d.d. 10 januari 2006 van het College Bescherming Persoonsgegevens aan het ministerie van VWS staat dat '[v]oor het [Centraal bureau voor de Statistiek] … een bijzondere situatie [is] gecreëerd', waarbij aan haar 'de sleutel [wordt] verstrekt waarmee het de pseudo-identiteiten alsnog kan identificeren'. Dit om DBC-gegevens uit DIS te kunnen koppelen aan persoonsgegevens waarover het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) reeds beschikt. Uit deze brief blijkt dus dat het CBS de sleutel krijgt waarmee het de pseudoniemen weer tot de namen van personen kan terugbrengen.
De gegevens worden bovendien niet direct naar het DIS gestuurd maar via een tussenstation, de Stichting Zorg-ttp (trusted third party). Daar worden de registraties nogmaals versleuteld en doorgestuurd. Ook deze stichting heeft toegang tot inhoudelijke DBC-gegevens. Zelf schrijft zij daarover: 'Strikt gezien zouden inhoudelijke gegevens […] niet binnen bereik van de ttp mogen komen. Omdat het echter in de aard van een "te vertrouwen partij" besloten ligt dat deze discreet omgaat met te verwerken gegevens valt het te billijken dat de inhoudelijke gegevens toch via de ttp worden doorgestuurd naar DIS.'
Het uitgebreide diagnostische profiel van DBC-registraties is dus voor het CBS  en voor de Zorg-ttp op naam van de patiënt kenbaar. In principe is dit ook voor anderen mogelijk.
 
Conclusie: de stelling dat de medische informationele privacy van de patiënt en het beroepsgeheim van de behandelaar in het DBC-declaratie en -registratietraject adequaat beschermd zijn is onhoudbaar. Beiden moeten echter in een psychiatrische en psychotherapeutische behandeling absoluut gegarandeerd kunnen worden. In tegenstelling tot wat de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, de Orde van Medische Specialisten en GGZ-Nederland menen is dit van groot belang voor de behandelrelatie.
 
Er bestaat aanzienlijke kans dat het landelijk Elektronisch Patiëntendossier (EPD) binnen kort om reden van de daaraan inherente schending van de medische privacy definitief zal sneuvelen. De toekomst zal leren of het EPD de DBC's, zowel in de psychiatrie-psychotherapie als in de somatiek, om dezelfde reden in haar val zal meeslepen.   
Kaspar Mengelberg
 
9 maart 2011: Vanavond zijn de winnaars van de Big Brother Awards 2010 van burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom bekend gemaakt. Genomineerd waren instellingen of personen die 'bij uitstek controle op burgers en inbreuken op privacy hebben bevorderd'.
 
In de categorie overheid viel de dubieuze eer ten deel aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, wegens haar wetsvoorstel om zonder concrete verdenking van fraude door middel van interventieteams huisonderzoekingen te verrichten bij iedere uitkeringsgerechtigde. Wie de controleurs niet binnenlaat kan worden gestraft met korting op of intrekking van de uitkering (kinderbijslag, AOW, bijstand).
 
Ook het juryrapport van Big Brother Awards 2010 is vandaag bekend gemaakt. In de categorie overheid was de Nederlandse Zorgautoriteit genomineerd. De jury (*) schrijft hierover:
 
"De Nederlandse Zorgautoriteit
 De jury wordt er depressief van...
 
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) negeert bewust een rechterlijke uitspraak en geeft zorgverzekeraars inzage in de diagnoses van psychiatrische patiënten. Psychiaters en psychotherapeuten worden daardoor verplicht om zowel hun beroepsgeheim als de privacy van hun patiënten te schenden.
 
De NZa houdt toezicht op de naleving van wet- en regelgeving door zorgaanbieders en zorgverzekeraars. In 2008 heeft de NZa psychiaters en psychotherapeuten de verplichting opgelegd om expliciet diagnostische gegevens op de DBC-declaraties te vermelden. (In een DBC (een diagnosebehandelcombinatie)is precies vastgelegd welke behandeling bij een diagnose hoort en welk prijskaartje daar aan mag hangen.) Daarmee komt ook een beschrijving van de symptomen van de patiënt en de geleverde behandeling in de administratie van de zorgverzekeraars terecht.
Veel psychiaters en psychotherapeuten hebben geprotesteerd: zij hebben een beroepseed afgelegd en dienen strikt vertrouwelijk om te gaan met hun kennis over hun patiënten. Psychische problemen zijn buitengewoon privacygevoelig en mogen onder geen beding aan derden worden meegedeeld,óók niet aan zorgverzekeraars. Wanneer patiënten er niet op kunnen bouwen dat hun diagnose en behandeling binnen de grenzen van de spreekkamer blijft, zullen zij niet meer openhartig kunnen praten met hun behandelaar. In augustus 2010 is de NZa door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) tot de orde geroepen. Het CBb bevestigde het standpunt van de beroepsgroep en onderschreef het belang van de privacy van de patiënt en van het beroepsgeheim. De verplichting om de diagnose op de declaraties te vermelden werd geschorst. Niettemin stellen de zorgverzekeraars nog altijd dusdanige eisen aan
declaraties dat daaruit de diagnose eenvoudig kan worden afgeleid. De NZa weet dit, maar negeert de privacy-schendende consequentie ervan. Zij schrijft:
 
‘De voorlopige voorziening beperkt zich [..] tot het [..] niet hoeven voldoen aan de verplichting om diagnose-informatie en lekenomschrijving op de DBC-factuur te vermelden. Dat [..] via omwegen uiteindelijk toch achterhaald kan worden op welke diagnose een factuur [..] betrekking heeft, is op zich geen onjuiste constatering, maar doet aan de inhoud van de voorlopige voorziening verder niet af.’
 
De NZa moet zich naar letter en geest aan de uitspraak conformeren, maar omzeilt beide doelbewust. De jury oordeelt dat het NZa daardoor zowel de medische privacy van patiënten als het beroepsgeheim van psychiaters en psychotherapeuten ernstig schendt.

Meer informatie:
Uitspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven (02.08.10)
http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BN3056&u_ljn=BN3056
College van Beroep voor het bedrijfsleven, ‘Grondslag tariefstructuur voor
vrijgevestigde psychiaters door NZa onvoldoende onderzocht’ (02.08.10)
http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/CBb/Actualiteiten/Vermelding+diagnose+op+declaraties+voorlopig+van+de+baan.htm
E-mail Nederlandse Zorgautoriteit, ‘negeren van rechterlijke uitspraak door
ziektekostenverzekeraars’ (15.11.10)
http://www.enrgin.nl/xdata/devrijepsych/Downloads/BriefNZa15november2010.pdf
E-mail helpdesk GGZ, ‘Antwoord op de vraag of de diagnose zichtbaar of herleidbaar
is’ (05.10.10)
http://www.enrgin.nl/xdata/devrijepsych/Downloads/DBCOnderhoudhelpdesk.pdf
Vrij Nederland, ‘Vrijuit praten bij de dokter kan weer’ (12.08.10)
http://www.vn.nl/Archief/Samenleving/Artikel-Samenleving/Vrijuit-praten-bij-de-dokterkan-weer.htm"
 
(*) https://www.bigbrotherawards.nl/wp-content/uploads/2011/02/bba2010-juryrapport-WEB-FINAL.pdf 

De van Bits of Freedom onafhankelijke jury bestond uit Karin Spaink (voorzitter), Antoinette Hertsenberg, Prof. Melanie Rieback, Prof. Nico van Eijk en Bart de Koning.
 
1 maart 2011: Uit de NRC-weblog van Marc Chavannes op dinsdag 1 maart 2011, Eerste Kamer – hoe lang nog deze luie democratie?:
"…Econoom Arnold Heertje stelt in een column op de website van RTL/Z dat PvdA-lijsttrekker Marleen Barth een wolvin in schaapskleren is: als de betrokken strijder voor gehandicapte jongeren en goed onderwijs, terwijl zij in haar ‘echte’ baan als bestuursvoorzitter van GGZ Nederland actief ijvert voor het doorvoeren van het juist in de geestelijke gezondheidszorg omstreden dbc-systeem.
 
Een diagnosebehandelcombinatie is een soort eenheidsomschrijving van een kwaal en de bijbehorende behandeling. Die maakt het afrekenen in theorie eenvoudiger. De privacy van de patiënt is volgens een aanzienlijk aantal psychiaters en andere zorgverleners niet verzekerd. …"
 
26 februari 2011: Onder de titel De PvdA en de humanisering schreef prof. Arnold Heertje op joop.nl een kritische verhandeling over de geregeld vastgestelde discrepantie tussen door deze partij verbaal beleden waarden en het praktisch handelen van haar vertegenwoordigers.
 
Marleen Barth, fractieleider
Als voorbeeld noemt Heertje de opstelling van mevrouw Marleen Barth, voorzitter van de werkgeversvereniging GGZ Nederland en tevens na de komende verkiezingen fractieleider voor de Partij van de Arbeid in de Eerste Kamer. Hierbij past het volgende instemmende commentaar.
 
Barth's politieke pleidooi voor humanisering van de samenleving is in tegenspraak met wat zij in haar functie van voorzitter van GGZ Nederland voorstaat. Zij geeft leiding aan de koepel van hen die binnen GGZ-instellingen de dienst uit maken: de zorgmanagers. Haar GGZ Nederland is vervent voorstander van de bij uitstek de-humaniserende DBC-systematiek in de ggz. Deze impliceert dat psychiaters en psychotherapeuten gedwongen worden de privacy van hun cliënten te schenden, d.w.z. diagnostiek aan overheid en verzekeraars te openbaren, terwijl in hun werk bij uitstek absolute discretie opperste regel zou moeten zijn. Dat de rechter (het College van Beroep voor het bedrijfsleven) hier uiterst kritisch over oordeelde heeft geen indruk op mevrouw Barth gemaakt. Dat een groot deel van de gezondheidsprofessionals binnen de ggz-instellingen, in tegenstelling tot de managers daarvan, van de DBC's gruwt evenmin. Zie De ggz laat zich horen!.
 
"Doodeng wijf"
Het is verheugend dat de kritiek van Heertje is overgenomen door Youp van 't Hek in zijn NRC-column van vandaag, onder de titel Alaaf!
 
Citaat:
"… Psychiaters moeten tegenwoordig aan de verzekering melden waarom een patiënt op hun divan ligt. … Dat is niet meer het geheim van de patiënt en de dokter. Hoe ik dit weet? Niet van mijn psychiater, maar van professor Arnold Heertje. Hij schreef dit in een onthullende column over Marleen Barth, de lijsttrekker van de PvdA voor de Eerste Kamer. Marleen wil dit. Niet als fractievoorzitter van de PvdA, maar als hotemetut in de psychiatrie. … En als voorzitter van de overkoepelende organisatie van werkgevers in de geestelijke gezondheidszorg wil zij officieel het beroepsgeheim van psychiaters en psychologen aanpakken. Van de rechter mag dat uiteraard niet. Die heeft het allang ronduit inhumaan genoemd. Maar Marleen schijnt de minister te blijven bestoken. Doodeng wijf dus. …".
 
Niet integer
Er is reden om aan de integriteit van GGZ Nederland, en ook aan die van mevrouw Barth, te twijfelen. Onder haar voorzitterschap en dus verantwoordelijkheid bevestigde deze organisatie recent haar instemming met de DBC-systematiek in de ggz. GGZ Nederland probeert de privacy- en beroepsgeheimschending daarvan sub rosa te houden en schrijft:
 
"Breng de privacydiscussie terug tot proporties die het heeft. Er staat geen uitgebreide informatie over de diagnose van cliënten op de factuur, maar slechts een DBC-code die verwijst naar één van de 14 hoofdgroepen. Het is dus geen diagnosevermelding, maar een DBC-code".
 
Echter, de volgende veertien diagnostische categorieën moeten conform de regelgeving van de Nederlandse Zorgautoriteit expliciet op de DBC-declaratie worden vermeld, of zijn daaruit (ook zonder expliciete vermelding) afleidbaar:
 
aandachtstekort- en gedragsstoornissen;
pervasieve ontwikkelingsstoornissen;
overige stoornissen in de kindertijd;
delirium, dementie en overige stoornissen;
alcoholmisbruik/afhankelijkheid;
overige aan een middel gebonden stoornissen;
schizofrenie en andere psychotische stoornissen;
depressieve stoornissen;
bipolaire stoornissen en overige stemmingsstoornissen;
angststoornissen;
aanpassingsstoornissen;
andere aandoeningen en problemen;
restgroep diagnoses;
persoonlijkheidsstoornissen.
 
GGZ Nederland weet dit vanzelfsprekend.
 
Conclusie: 
De organisatie waaraan mevrouw Barth leiding geeft tracht op niet integere wijze ("geen diagnosevermelding, maar een DBC-code") de verplichte privacyschending  van GGZ-cliënten  en beroepsgeheimschending van hun behandelaars te verbloemen.
 
Verkiezingen
Consequenties voor de aanstaande verkiezingen liggen voor de hand.

KM

23 februari 2011: Nederlandse Zorgautoriteit genomineerd voor Big Brother Award
De Nederlandse Zorgautoriteit is in de categorie overheid genomineerd voor de Big Brother Award, prijs voor de grofste privacyschenders van het afgelopen jaar. Zo heeft de burgerrechtenbeweging Bits of Freedom, organisator van de Big Brother Awards, bekend gemaakt.
 
Verdiende nominatie
De Nederlandse zorgautoriteit verdient haar nominatie "vanwege de verplichting voor psychiaters om diagnostische gegevens op declaraties te vermelden".
 
Jury
De nominaties zijn door een onafhankelijke jury geselecteerd uit inzendingen van het Nederlandse publiek. De jury bestaat uit publiciste Karin Spaink (voorzitter), journaliste en Radar-presentatrice Antoinette Hertsenberg, professor Media- en Telecommunicatierecht Nico van Eijk, Computer Science onderzoekster Melanie Rieback en journalist Bart de Koning.
 
Awardsgala
Op 9 maart zullen tijdens een awardsgala in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam de winnaars aangewezen worden. Voor kaartjes zie hier.


19 februari 2011: Brancheorganisatie GGZ Nederland en patiëntenverenigingkoepel LPGGz stellen in een gezamenlijk nieuwsbericht  dat de discussie rondom DBC's  in de ggz "tot de juiste proportie" teruggebracht zou moeten worden. Zij schrijven:
 
"Er staat geen uitgebreide informatie over de diagnose van cliënten op de factuur, maar slechts een DBC-code die verwijst naar één van de 14 hoofdgroepen. Het is dus geen diagnosevermelding, maar een DBC-code".
 
Dit is onjuist. De navolgende veertien diagnostische categorieën worden expliciet op de DBC-declaratie vermeld, of zijn daaruit (ook zonder expliciete vermelding) afleidbaar.
 
aandachtstekort- en gedragsstoornissen;
pervasieve ontwikkelingsstoornissen;
overige stoornissen in de kindertijd;
delirium, dementie en overige stoornissen;
alcoholmisbruik/afhankelijkheid;
overige aan een middel gebonden stoornissen;
schizofrenie en andere psychotische stoornissen;
depressieve stoornissen;
bipolaire stoornissen en overige stemmingsstoornissen;
angststoornissen;
aanpassingsstoornissen;
andere aandoeningen en problemen;
restgroep diagnoses;
persoonlijkheidsstoornissen.
 
Het aanduiden van bovenstaande categorieën als "DBC-code" is versluierend en eufemiserend. Er is wel degelijk sprake van diagnosevermelding.
 
GGZ Nederland en LPGGz miskennen de beslissing van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, dat oordeelde dat het hier "gaat om diagnoses die de kern van het privé-leven van de betrokken persoon raken, zodat informatie hierover zeer privacygevoelig is". Het College noemde bezwaren tegen het doorgeven ervan "zwaarwegend".  
 
GGZ Nederland en LPGGz schrijven ten onrechte dat ik tijdens de hoorzitting van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) inzake te nemen Beslissing op Bezwaar (op 19 januari 2011) gesproken zou hebben over "versleutelde geanonimiseerde dbc's". GGZ Nederland en LPGGz weten dit, ze waren er zelf bij. Wat ik wel gezegd heb kan hier worden nagelezen.
"Versleutelde geanonimiseerde dbc's" bestaan niet. Wel zijn er gepseudonimiseerde d.w.z. van een uniek patiëntenkenmerk voorziene DBC-registraties die naar het DBC Informatiesysteem DIS van de overheid moeten worden gestuurd. Dit pseudoniem kan worden ontsleuteld, d.w.z. tot een natuurlijk persoon worden teruggebracht.
GGZ Nederland en LPGGz kunnen niet alleen worden geacht te weten hoe de klok luidt, maar ook waar de klepel hangt.
 
Terecht schrijven GGZ Nederland en LPGGz dat (ook) in de somatisch-specialistische geneeskunde diagnoses uit DBC-declaraties kunnen worden afgeleid. Dit betekent dat somatische specialisten, voor zover zij conform de DBC-systematiek declareren, hun beroepsgeheim doorbreken. Even zeer als in de psychiatrie-psychotherapie is dit een fundamentele misstand. Psychiaters en psychotherapeuten hebben echter naast hun beroepsgeheim een extra reden om te zwijgen. Zij kunnen hun patiënten alleen behandelen als zij toegang tot hun innerlijk leven geven. In een behandeling komen persoonlijke belevenissen, wensen, innerlijke conflicten en ook schaamtevolle aangelegenheden ter sprake. De garantie van discretie is daarbij onmisbaar. De zwijgplicht is voor psychiater en psychotherapeut, anders dan bij somatische collega's, bovendien essentieel onderdeel van het therapeutisch arsenaal. Een lek uit de spreekkamer betekent voor een psychiater een fundamentele aantasting van zijn of haar werktuig. Een verstandig mens houdt namelijk zijn mond als hij meent dat de spreekkamer lek is. Met "geheimzinnig doen", zoals GGZ Nederland en LPGGz stellen, heeft dit niets te maken.
 
Het is vreemd dat patiëntenverenigingkoepel LPGGz pleit voor schending van de medische privacy van de leden haar lidorganisaties, namelijk de patiënten. Waarom?
 
Positief is dat GGZ Nederland en LPGGz bepleiten de DBC-systematiek niet langer ook voor zelf betalende patiënten verplicht te stellen.

Kaspar Mengelberg


16 februari 2011:  Marleen Barth is wolvin in schaapskleren, zo beschrijft Prof. Arnold Heertje in zijn column op RTL.nl de beoogde fractievoorzitter voor de Partij van de Arbeid in de Eerste Kamer. Haar ideeën lijken sympathiek maar in haar functie van bestuursvoorzitter van brancheorganisatie GGZ Nederland huldigt zij wat betreft de DBC-systematiek afschuwelijke standpunten. Een negatief stemadvies, dus. (KM)
 
Aansprekende thema's
Marleen Barth is de fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid in de Eerste Kamer. In die hoedanigheid draagt zij aansprekende thema’s uit zoals eerlijk delen, niet bezuinigen op onderwijs en zorg, opkomen voor gehandicapte jongeren en zorg dragen voor de toekomst van Nederland. Als je dit zo hoort is de neiging op haar te stemmen moeilijk te onderdrukken.

Over andere pet zwijgt zij
Marleen Barth heeft echter nog een andere pet op, die van haar werkelijke opvattingen en handelen een heel ander – en zelfs afschuwelijk – beeld geeft. Zij zwijgt daarover in alle talen, zodat openheid van zaken is geboden.

Kwalijk dehumaniseernd en bureaucratisch gedrag
Marleen Barth is ook voorzitter van de overkoepelende organisatie van werkgevers in de geestelijke gezondheidszorg. In die hoedanigheid staat zij aan de wieg van een van de kwalijkste uitwerkingen van dehumaniserend en bureaucratisch gedrag van het optreden van de overheid in de zorg.

Fraude
Niet alleen steunt zij van harte het DBC-systeem in de zorg dat kostenverhogend werkt, op grote schaal fraude uitlokt en kostbare tijd van de professionals op de werkvloer onttrekt aan hun eigenlijke werk, mensen beter maken.

Dat is nog niet alles
Het gaat verder. Op haar eigen terrein van de geestelijke gezondheidszorg staat zij toe dat psychiatrische patiënten verplicht zijn toe te laten dat de hun behandelende geneesheer of vrouw op facturen die naar de zorgverzekeraars gaan het karakter van hun psychische aandoening vermeldt.

Beroepsgeheim
Behalve deze schending van de privacy, eist Marleen Barth van de betrokken psychiaters en psychotherapeuten dat zij hun beroepsgeheim schenden door deze vertrouwelijke informatie te verstrekken.

Intimidatie
Zij staat ook toe dat de Nederlandse Zorg Autoriteit psychiaters die hun beroepsgeheim niet willen prijsgeven vervolgt met intimiderende brieven, dwangbevelen en absurde boetes alsof het om criminelen gaat.

Mijn stem heeft ze niet
Hoewel de rechter al heeft uitgemaakt dat deze hele werkwijze dehumaan en daarom onrechtmatig is, stuurt Marleen Barth in haar rol van bazin van de geestelijke gezondheidszorg brieven aan de minister en de NZA met de boodschap onverkort vast te houden aan het schenden van de privacy en het ter zijde stellen van het beroepsgeheim zodat bureaucratische processen onbelemmerd hun beslag kunnen krijgen. Ik stem dus niet op deze wolvin in schaapskleren.

Arnold Heertje

11 februari 2011: Artikel van Ronald van den Berg bekroond.
Sinds 1982 houdt de redactie van het Maandblad Geestelijke volksgezondheid (MGv) ieder jaar een verkiezing van ‘het beste artikel’. De auteur ervan komt in de Eregalerij, en het artikel komt online. Dit jaar is deze eer aan Ronald van den Berg, voor zijn artikel DBC's nader ontleed. Falend systeem moet worden afgebouwd, in MGv 65, 336-348. Gefeliciteerd, Ro!

10 februari 2011: Over de Kamervragen van mevrouw Renske Leijten over DBC-financiering in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en de ministeriële antwoorden daarop.
 
De minister van volksgezondheid heeft de Tweede Kamer in de beantwoording van de Kamervragen van mevrouw Leijten (SP, van 10 december 2010) bevooroordeeld, onvolledig, eenzijdig en dus ook (deels) onjuist voorgelicht. De minister lijkt het handhaven van de DBC-systematiek met daaraan inherente privacy- en beroepsgeheimschending, ondanks de rechterlijke uitspraak van het CBb, tot oogmerk te hebben. Zeer spoedig is een nieuwe Beslissing op Bezwaar van de Nederlandse Zorgautoriteit te verwachten. Er is reden om deze vol zorgen tegemoet te zien.
 
Als besluiten van de NZa in strijd zijn met het algemeen belang mag de minister deze vernietigen. Een Kamermeerderheid heeft hier op 14 december 2010 voor gestemd in een amendement van Renske Leijten (SP) en Eelke van der Veen (PvdA). Dit betekent dat ook individuele besluiten van de NZa onderwerp van discussie en stemming in de Tweede Kamer kunnen zijn. Dit is een goede zaak.
 
Een verhandeling hierover van Kaspar Mengelberg vindt u hier.

5 februari 2011: Zorgvisie, nieuwsbrief voor beleid en management, publiceerde in haar editie van 28 januari 2011 twee verhandelingen van redacteur Bart Kiers.
 
Ten eerste het redactionele Privacy en ggz: "Psychiaters en psychologen moeten hun patiënten kunnen garanderen dat alles wat zij zeggen binnen de muren van de behandelkamer blijft. Vertrouwelijkheid en beslotenheid zijn de pijlers van hun vak ….". Verder hier.
 
Ten tweede de bijdrage Schending privacy ggz-patiënt houdt aan: "Ondanks deze rechterlijke uitspraak is de privacy van patiënten en de geheimhoudingsplicht van ggz-therapeuten nog steeds niet gewaarborgd, stelt Mengelberg. De dbc’s zijn zo specifiek dat iedere diagnose een eigen declaratiebedrag heeft. "Wie het bedrag weet, weet ook de diagnose. Het kan niet de bedoeling van de rechter zijn om de privacy van de patiënt aan de voordeur te beschermen, maar deze via de achterdeur weer te laten aantasten ….". Verder hier.


28 januari 2011: ‘Beroepsgeheim is onontbeerlijk’, interview in Medisch Contact (MC 5/2011:198-201) met Kaspar Mengelberg door Robert Crommentuyn.
Het DBC-systeem vereist dat artsen diagnosegegevens leveren aan zorgverzekeraars en databanken. Al meer dan vijf jaar verzet psychiater Kaspar Mengelberg zich hiertegen. ‘De deur van de behandelkamer moet op slot blijven.’ Zie hier voor pdf-versie.

19 januari 2011: Hoorzitting van de Nederlandse Zorgautoriteit
 
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft in haar uitspraak van 2 augustus 2010 de Beslissing op Bezwaar van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) van 7 augustus 2008 vernietigd en haar opgedragen een nieuwe Beslissing op Bezwaar te nemen, met inachtneming van de uitspraak. In het kader hiervan hield de NZa op 19 januari 2011 een besloten hoorzitting. DeVrijePsych verzocht om openbaarheid. Deze is afgewezen. 
 
De bijdrage vanuit DeVrijePsych door Kaspar Mengelberg, mede namens Ronald van den Berg, Michael Chayes en Maria Hendrikx, vindt u hier.
 
Naast de appelanten in de rechterlijke procedure, te weten de Stichting Koepel van DBC-vrije Praktijken (KDVP) en DeVrijePsych, werden ook Prof. Dr. Arnold Heertje, GGZ Nederland (vereniging van ggz-instellingen), het Landelijk Platform GGZ (koepel van cliëntenorganisaties), Zorgverzekeraars Nederland (vereniging van zorgverzekeraars), NIP (vereniging van psychologen), de Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten (NVVP) en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie gehoord. 
 
Prof. Heertje stelde vast dat binnen het aan de orde zijnde domein de menselijke maat toenemend verloren is gegaan. Hij noemde oorzaken ervan: bureaucratisering, procedurering, en monetarisering. Hij hield een vurig betoog voor herwaardering van professionaliteit en van medische privacy.
 
DeVrijePsych en de advocaten van de KDVP bevonden zich in hun betogen op dezelfde (DBC-kritische) lijn. De overige organisaties namen standpunten in die in grote lijnen voortzetting van de DBC-systematiek, waaronder aanlevering van medische patiëntgegevens aan DIS en verzekeraars, bepleiten. Wel stonden zij kritisch tegenover de registratieplicht bij zelfbetalende patiënten. Het NIP hield zich op de vlakte. De opstelling van de vertegenwoordigster van het Landelijk Platform GGZ was ronduit merkwaardig: na vaststelling dat haar achterban hierover sterk verdeeld is sloot zij zich toch onomwonden aan bij de opvatting der systeemvriendelijke organisaties.
 
De NZa zal haar beslissing over vier weken bekend maken.


17 januari 2011: Minister mevrouw E.I. Schippers (VWS) heeft vandaag de Kamervragen van mevrouw Renske Leijten (SP) over de DBC-financiering in de geestelijke gezondheidszorg (van 10 december 2010) beantwoord. Vastgesteld kan worden dat de minister het bestaande beleid van de Nederlandse Zorgautoriteit, ondanks de rechterlijke uitspraak van 2 augustus 2010, zoveel als mogelijk lijkt te willen sauveren.