Hieronder het procedurendossier vanuit DeVrijePsych tegen de Nederlandse zorgautoriteit (NZa), met hyperlinks naar de onderliggende documenten. 

1.-3.: bezwaarfase
4.-7.: voorzieningenprocedure bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb)
8.-12.: bodemprocedure bij CBb 
13.: hoorzitting Nza 
14.: nieuwe Beslissing op Bezwaar van NZa
15.: beroep hiertegen
16.: zitting CBb
17.: beslissing CBb
18.: Noot van Prof. mr. T.M. Schalken 
19.: NZa schept opt-out mogelijkheid
20.: Hierop betrekking hebbende documenten

 
1.
 
2.
Bezwaarschriften tegen Tariefbeschikking DBC GGZ van
A. M.F. Chayes d.d. 4 januari 2008, 24 januari 2008: http://www.devrijepsych.nl/default.asp?pagina=Persoonlijke%20bezwaar&id=190)
 
3.
 
4.
Beroepschrift voorzieningenrechter CBB d.d. 16 september 2008 , van den Berg, Chayes, Hendrikx, Mengelberg: http://www.enrgin.nl/xdata/devrijepsych/Downloads/CBB%20voorlopige%20voorziening%20160908.pdf

Aanvullend beroepschrift voorzieningenrechter d.d. 14 november 2008.
 
5.
Verweerschrift NZa voorzieningenrechter CBB d.d. 28 oktober 2008: http://www.enrgin.nl/xdata/devrijepsych/Downloads/verweerschrift%20Nza%20281008.pdf
 
6.
Pleitnotie van Mengelberg, voorzieningenrechter CBB 17 november 2008: http://www.devrijepsych.nl/?pagina=Text%20KM%20CBB%20zitting&id=254
 
7.
Uitspraak voorzieningenrechter CBB d.d. 25 november 2008: http://www.enrgin.nl/xdata/devrijepsych/Downloads/CBBvoorzieningenrechteruitspraak.pdf 
en hier
 
8.
Beroepschrift bodemprocedure CBB van den Berg, Chayes, Hendrikx, Mengelberg d.d. 19 oktober 2008 : http://www.enrgin.nl/xdata/devrijepsych/Downloads/Beroepschrift%20CBB%20NZa%20191008.pdf
 
9.
Verweerschrift NZa bodemprocedure CBB d.d. 23 februari 2009: http://www.enrgin.nl/xdata/devrijepsych/Downloads/Landsadvocaat230209.pdf

10.
Pleitnota in de zitting van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 23 maart 2010, vanuit DeVrijePsych namens Ronald van den Berg, Michael Chayes, Maria Hendrikx en Kaspar Mengelberg: 
http://www.enrgin.nl/xdata/devrijepsych/Downloads/PleitnotaCBB%20.pdf

11.
Pleitnota in de zitting van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 23 maart 2010 namens de Nederlandse zorgautoriteit van de landsadvocaat:

Naar verwachting zou de beslissing op of omstreeks 4 mei 2010 bekend worden gemaakt. Wij ontvingen echter een brief van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (d.d. 3 mei 2010), waarin wordt medegedeeld dat de uitspraak in de bodemprocedure zes weken is uitgesteld 'of zoveel eerder als mogelijk is zal worden gedaan'. 

Op 14 juni 2010 ontvingen wij ten tweede male een brief van het CBb, waarin staat dat de beslissing opnieuw zes weken is uitgesteld. Deze is nu tegen eind juli 2010 te verwachten.

12. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 2 augustus 2010  in (ondermeer) onze zaken uitspraak gedaan.
 
Het is verheugend te kunnen vaststellen dat het CBb ons standpunt heeft onderschreven inzake de privacy van de patiënt, het beroepsgeheim, en deze beide als essentieel werktuig van psychiatrie-psychotherapie heeft erkend.
 
Wij zijn met anderen in beroep gekomen tegen de Beslissing op Bezwaar van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa, 'verweerster') van 7 augustus 2008. Het CBb heeft hierover als volgt beslist:
 
“Het College
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt het besluit van verweerster van 7 augustus 2008;
- draagt verweerster op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- treft de voorlopige voorziening dat voor appellanten, voor zover zij handelen als vrij gevestigde psychiater of psychotherapeut, de uit de tariefbeschikking van 20 december 2007 voortvloeiende verplichting om de in artikel 6.6 en 6.7 van de Regeling Declaratiebepalingen DBC-GGZ bedoelde diagnose-informatie en lekenomschrijving op declaraties te vermelden en aan zorgverzekeraars en cliënten te verstrekken, wordt geschorst tot zes weken na het nemen van een nieuw besluit op bezwaar;
(…)”
 
In een inhoudelijk hiermee verbonden maar separate zaak kwam een psychiater in beroep tegen de door de NZa tegen hem aangekondigde handhavingmaatregelen, omdat hij uit privacyoverwegingen weigert op grond van de DBC-systematiek te declareren.
 
 
Het CBb
 
"- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 14 januari 2010;
(…)”
 
Vastgesteld kan worden dat wij in grote lijnen in het gelijk zijn gesteld. Immers:
 
1. De Beslissing op Bezwaar van de NZa d.d. 7 augustus 2008 is vernietigd.
2. De NZa is opgedragen haar Beslissing op Bezwaar te herzien, met inachtneming van de uitspraak.
3. De verplichting om diagnose-informatie op de declaratie te vermelden is voor vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten geschorst totdat door de NZa aan de hierboven genoemde opdracht is voldaan.
4. De door de NZa aangekondigde handhavingmaatregelen tegenover een psychiater zijn gestuit.
 
Teleurstellend is dat het CBb geen uitspraak heeft willen doen inzake onze bezwaren tegen aanlevering van DBC-registraties aan DIS, omdat naar haar mening "geen verband [bestaat] tussen het besluit over de tariefstructuur, waartegen de psychiaters zijn opgekomen, en de verplichting informatie aan het DIS te leveren".
 
De eerstgenoemde uitspraak betreft deels ook het beroep dat door de Orde van Medische Specialisten en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie om financiële redenen is ingesteld. De uitspraak behandelt vanaf 2.4 de door ons ingebrachte bezwaren.

Uit de uitspraak van het CBb:
2.4.4.3 Tegenover deze belangen [bedoeld: belangen die zijn gediend bij de beschikbaarheid voor zorgverzekeraars van diagnose-informatie, K.M.] staat dat het verstrekken aan zorgverzekeraars van diagnose-informatie over individuele patiënten inbreuk maakt op de medische privacy van deze patiënten. Appellanten hebben uitvoerig toegelicht welke bezwaren vanuit het perspectief van de patiënt, de behandeling en het beroepsgeheim van de behandelaar zijn verbonden aan het doorgeven van dergelijke informatie aan derden die niet bij de behandeling zijn betrokken. Naar het oordeel van het College zijn deze bezwaren zwaarwegend. Het gaat om diagnoses die de kern van het privé-leven van de betrokken persoon raken, zodat informatie hierover zeer privacygevoelig is. Daar komt bij dat, zoals appellanten hebben betoogd, vertrouwelijkheid en geheimhouding bij de behandeling van psychische klachten van groot belang zijn. Het kunnen waarborgen daarvan is dan ook voor appellanten – ongeacht de door verweerster opgeworpen vraag of alleen door patiënten een beroep op artikel 8 EVRM kan worden gedaan – uit hoofde van het deugdelijk kunnen uitoefenen van hun beroepspraktijk, een zelfstandig bij de tariefbeschikking in aanmerking te nemen belang.
…  

13. Hoorzitting van de Nederlandse Zorgautoriteit
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft in haar uitspraak van 2 augustus 2010 de Beslissing op Bezwaar van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) van 7 augustus 2008 vernietigd en haar opgedragen een nieuwe Beslissing op Bezwaar te nemen, met inachtneming van de uitspraak. In het kader hiervan hield de NZa op 19 januari 2011 een besloten hoorzitting. DeVrijePsych verzocht om openbaarheid. Deze is afgewezen. 
 
De bijdrage vanuit DeVrijePsych door Kaspar Mengelberg, mede namens Ronald van den Berg, Michael Chayes en Maria Hendrikx, vindt u hier.
 
Naast de appelanten in de rechterlijke procedure, te weten de Stichting Koepel van DBC-vrije Praktijken (KDVP) en DeVrijePsych, werden ook Prof. Dr. Arnold Heertje, GGZ Nederland (vereniging van ggz-instellingen), het Landelijk Platform GGZ (koepel van cliëntenorganisaties), Zorgverzekeraars Nederland (vereniging van zorgverzekeraars), NIP (vereniging van psychologen), de Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten (NVVP) en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie gehoord. 
 
Prof. Heertje stelde vast dat binnen het aan de orde zijnde domein de menselijke maat toenemend verloren is gegaan. Hij noemde oorzaken ervan: bureaucratisering, procedurering, en monetarisering. Hij hield een vurig betoog voor herwaardering van professionaliteit en van medische privacy.
 
DeVrijePsych en de advocaten van de KDVP bevonden zich in hun betogen op dezelfde (DBC-kritische) lijn. De overige organisaties namen standpunten in die in grote lijnen voortzetting van de DBC-systematiek, waaronder aanlevering van medische patiëntgegevens aan DIS en verzekeraars, bepleiten. Wel stonden zij kritisch tegenover de registratieplicht bij zelfbetalende patiënten. Het NIP hield zich op de vlakte. De opstelling van de vertegenwoordigster van het Landelijk Platform GGZ was ronduit merkwaardig: na vaststelling dat haar achterban hierover sterk verdeeld is sloot zij zich toch onomwonden aan bij de opvatting der systeemvriendelijke organisaties.
 
De NZa zal haar Beslissing op Bezwaar over vier weken bekend maken.

14. Nederlandse Zorgautoriteit legt uitspraak rechter naast zich neer.
 
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft op 8 april 2011 haar nieuwe Beslissing op Bezwaar, zoals haar door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) per uitspraak van 2 augustus 2010 was opgedragen, bekend gemaakt.
 
De NZa stelt het vermelden van de diagnose op de rekening van psychiaters en psychotherapeuten weer verplicht, ook bij zelfbetalende patiënten. De NZa bevestigt bovendien opnieuw de verplichting om diagnostische gegevens per gepseudonimiseerde DBC-registratie bij het DBC Informatiesysteem (DIS) aan te leveren.
 
Dit betekent dat de NZa haar oorspronkelijke regelgeving, ondanks de uitspraak van het CBb, volledig in stand laat. De NZa lijkt hiermee de uitspraak van het CBb te negeren.
 
Het CBb overwoog in haar beslissing van 2 augustus 2010 immers als volgt:
"…2.4.4.3 Tegenover deze belangen [bedoeld: belangen die zijn gediend bij de beschikbaarheid voor zorgverzekeraars van diagnose-informatie, K.M.] staat dat het verstrekken aan zorgverzekeraars van diagnose-informatie over individuele patiënten inbreuk maakt op de medische privacy van deze patiënten. Appellanten hebben uitvoerig toegelicht welke bezwaren vanuit het perspectief van de patiënt, de behandeling en het beroepsgeheim van de behandelaar zijn verbonden aan het doorgeven van dergelijke informatie aan derden die niet bij de behandeling zijn betrokken. Naar het oordeel van het College zijn deze bezwaren zwaarwegend. Het gaat om diagnoses die de kern van het privé-leven van de betrokken persoon raken, zodat informatie hierover zeer privacygevoelig is. Daar komt bij dat, zoals appellanten hebben betoogd, vertrouwelijkheid en geheimhouding bij de behandeling van psychische klachten van groot belang zijn. Het kunnen waarborgen daarvan is dan ook voor appellanten – ongeacht de door verweerster opgeworpen vraag of alleen door patiënten een beroep op artikel 8 EVRM kan worden gedaan – uit hoofde van het deugdelijk kunnen uitoefenen van hun beroepspraktijk, een zelfstandig bij de tariefbeschikking in aanmerking te nemen belang. …"  

Speciaal ten aanzien van zelf betalende patiënten overwoog het CBb als volgt:
"2.4.4.6 … Het College overweegt voorts dat bij patiënten die de behandeling zelf betalen er geen belang is van zorgverzekeraars bij vermelding van diagnose-informatie op de declaratie. Welk ander belang bij deze categorie patiënten is gediend bij vermelding van diagnose-informatie op de declaratie, indien de patiënt daar zelf geen prijs op stelt, heeft verweerster niet duidelijk kunnen maken. Anderzijds zijn aan deze vermelding voor deze patiënten wel nadelen verbonden, onder meer vanwege het risico dat de informatie – in deze gevallen mede in de vorm van een lekenbeschrijving – buiten hun wil onder ogen van derden komt.

Het CBb kwam tot de volgende beslissing:
“4. .. Het College …
- vernietigt het besluit van verweerster van 7 augustus 2008;
- draagt verweerster op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- treft de voorlopige voorziening dat voor appellanten, voor zover zij handelen als vrij gevestigde psychiater of psychotherapeut, de uit de tariefbeschikking van 20 december 2007 voortvloeiende verplichting om de in artikel 6.6 en 6.7 van de Regeling Declaratiebepalingen DBC-GGZ bedoelde diagnose-informatie en lekenomschrijving op declaraties te vermelden en aan zorgverzekeraars en cliënten te verstrekken, wordt geschorst tot zes weken na het nemen van een nieuw besluit op bezwaar; …”
(alle cursiveringen van mij, K.M.)
 
Uit de overwegingen en de beslissing van de rechter wordt duidelijk dat het CBb het belang van de medische privacy van patiënten en het waarborgen daarvan door behandelaars zwaar laat wegen. Zodanig zwaar dat het CBb de verplichting tot diagnosevermelding op de rekening bij wijze van voorlopige voorziening heeft geschorst.

De NZa heeft zich in haar nieuwe Beslissing beperkt tot toelichting op haar bestaande regelgeving maar heeft deze verder ongewijzigd gelaten. De medische privacy van de patiënt blijft dus ondergeschikt aan andere belangen. De NZa lijkt hierdoor niet voldaan te hebben aan de opdracht van het CBb een nieuw besluit te nemen
met inachtneming van haar uitspraak.

De voorlopige voorziening van het CBb eindigt zes weken na de Beslissing van de NZa. Vanaf dat moment kan de NZa opnieuw met handhavingmaatregelen (waaronder dwangsommen en ambtelijke boetes) optreden tegen psychiaters en psychotherapeuten die haar regelgeving zouden overtreden. Dit terwijl het CBb een hiertoe strekkende beschikking van de NZa had vernietigd.

De NZa lijkt, onder verantwoordelijkheid van de minister van volksgezondheid, de rechterlijke uitspraak van het CBb (substantieel) te negeren. Dit is onaanvaardbaar. Bij geschillen tussen burgers en overheid dient ook de overheid zich in het rechterlijk oordeel te voegen.

In december 2010 heeft de Tweede Kamer het
amendement Leijten-van der Veen aangenomen. Dit staat de minister toe besluiten van de NZa te vernietigen. De Tweede Kamer kan de minister daartoe oproepen.

Het is te hopen dat de Tweede Kamer haar verantwoordelijkheid zal nemen.

15. 
Vanuit DeVrijePsych zijn Ronald van den Berg en Kaspar Mengelberg, psychiaters, bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in beroep gegaan tegen de Beslissing op Bezwaar van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) d.d. 8 april 2011. 

Mevrouw Renske Leijten (SP) heeft op 21 april 2011 Kamervragen over de zaak gesteld.
 
16.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven zal (onder meer) ons beroep tegen de Beslissing op Bezwaar van de Nederlandse Zorgautoriteit d.d. 8 april 2011 op 3 november 2011, om 10 uur, behandelen. De zitting is openbaar zal worden gehouden in het Paleis van Justitie te Den Haag, Prins Clauslaan 60.

Ronald van den Berg en Kaspar Mengelberg hebben op 7 juli 2011 een uitgebreid beroepschrift met daarbij behorend addendum ingediend. Beide documenten zijn in nauwe samenwerking met drs. drs. Philo Mengelberg-van Gastel tot stand gekomen. De Landsadvocaat zal namens de Nederlandse Zorgautoriteit verweer voeren.

3 november 2011: De zitting van het College van Beroep voor het bedrijfsleven in onze zaak (in tweede instantie) tegen de Nederlandse Zorgautoriteit heeft vandaag plaatsgevonden.
 
Ons pleidooi staat hier. Namens de Stichting KDVP pleitte ook Mr. Ab van Eldijk.
 
Verweer namens de Nederlandse Zorgautoriteit werd gevoerd door de Landsadvocaat Prof. Dr. Mr. G.R.J. de Groot van het kantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
 
De zitting werd weer op prettige wijze geleid door Mr. B. Verwayen, vice-president, en had een gunstig beloop. Een voorspelling over de inhoud van beslissing van het CBb is niet te doen; deze kan eind januari 2012 worden verwacht.

 
17. 8 maart 2012: Rechter bevestigt belang van medische privacy.
 
Beslissing van Nederlandse Zorgautoriteit ten tweede male door het College van Beroep voor het bedrijfsleven vernietigd.
 
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft vandaag, 8 maart 2012, uitspraak gedaan in het beroep vanuit DeVrijePsych (K. Mengelberg en G.R. van den Berg, psychiaters) en van de Stichting KDVP tegen de Beslissing op Bezwaar van de Nederlandse Zorgautoriteit d.d. 8 april 2011. De uitspraak (LJN: BV8297) is te vinden onder www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=BV8297.
 
Een eerste lezing van de uitspraak leidt tot de conclusie dat het CBb ons opnieuw grotendeels in het gelijk heeft gesteld. Het CBb stelt vast dat NZa in haar tweede Beslissing op Bezwaar niet heeft voldaan aan de daaraan door het CBb bij eerdere uitspraak gestelde eisen, en vernietigt deze Beslissing op Bezwaar.
 
In onomwonden woorden verwerpt het CBb de verplichting die NZa aan behandelaars oplegt om bij elke patiënt, ook wanneer deze dit niet wenst, de diagnose op de rekening te vermelden. Het CBb bepaalt dat NZa uitzonderingsmogelijkheden op die verplichting moet creëren. De NZa dient binnen drie maanden een nieuwe Beslissing op Bezwaar te nemen, met in achtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen.
 
Wat zelfbetalende patiënten betreft acht het CBb "termen aanwezig om zelf in de zaak te voorzien". Het CBb bepaalt (in 5.40) "dat meerbedoelde verplichting – met inbegrip van de verplichting tot het vermelden van andere gegevens op de declaratie, voorzover daaruit de diagnose van de patiënt kan worden afgeleid – komt te vervallen".
 
Helaas heeft het CBb opnieuw om formeel-juridische reden geen uitspraak kunnen doen over de door ons bestreden verplichting om DBC-registraties aan de overheid (DIS) aan te leveren.
 
Het Dictum luidt als volgt:
"6. De beslissing
Het College
(2) verklaart het beroep van appellanten sub 2 en sub 3 gegrond;
(3) vernietigt de bestreden besluiten 8 april 2011, voor zover daarbij is gehandhaafd de bij de tariefbeschikking van 20 december 2007 in werking gestelde verplichting tot het vermelden op de declaratie van GGZ-zorgverleners van gegevens, welke zijn te herleiden tot een door de betrokken zorgverlener met betrekking tot de betrokken patiënt gestelde diagnose;
(4) herroept de tariefbeschikking van 20 december 2007, voor zover deze, ook voor de daarna volgende tariefbeschikkingen, de onder (3) vermelde verplichting in werking heeft gesteld voor de gevallen waarin door een zorgverlener aan een patiënt een declaratie rechtstreeks wordt overhandigd of per post wordt toegestuurd, een en ander voor zover de patiënt aan de zorgverlener te kennen heeft gegeven dat de rekening voor de behandeling niet bij een zorgverzekeraar zal worden gedeclareerd en dat hij of zij om redenen van privacy vermelding van diagnose-informatie op de aan hem of haar te overhandigen declaratie niet wenst;
(5) gelast dat verweerster, met in achtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen, binnen drie maanden na verzending van deze uitspraak opnieuw beslist op de bezwaren van appellanten sub 2 en 3 tegen de onder (3) verplichting met betrekking tot voor de zorgverzekeraar bestemde declaraties;
(6) treft de voorlopige voorziening dat voor appellanten sub 2 en 3, voor zover zij handelen als vrijgevestigde psychiater of psychotherapeut, de uit de tariefbeschikking van 20 december 2007 voortvloeiende verplichting om de in artikel 6.6. van de Regeling declaratiebepalingen DBC GGZ bedoelde diagnose-informatie, dan wel andere in de prestatieomschrijving of in het declaratiebedrag tot diagnose-informatie te herleiden gegevens op declaraties te vermelden en aan zorgverzekeraars te verstrekken, wordt geschorst tot zes weken na het nemen van een nieuw besluit op bezwaar;
(7) verstaat dat verweerster aan appellanten sub 2, onderscheidenlijk sub 3 het door hen betaalde griffierecht van € 302,-- (zegge: driehonderdentwee euro), onderscheidenlijk € 152,-- (zegge: honderdentweeënvijftig euro) aan hen vergoedt;
(8) wijst af het anders of meer gevorderde.".
 
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft in haar uitspraak groot belang gehecht aan de medische informationele privacy van patiënten en het beroepsgeheim van hun behandelaars. Dit is een goede zaak.
 
(Leessuggestie: hoofdstuk 4 (Het standpunt van appellanten, vanaf 4.2), en hoofdstuk 5 (De beoordeling van het geschil, vanaf 5.2).)

18. Noot van Prof. mr. T.M. Schalken over de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 8 maart 2012 (LJN: BV8297, http://goo.gl/wqR0M) inzake psychiaters en psychotherapeuten versus de Nederlandse Zorgautoriteit, in Gezondheidszorg Jurisprudentie 2012/2: http://goo.gl/3CGg0
 
19. 9 juni 2012:Nederlandse Zorgautoriteit schept opt-out mogelijkheid, zowel voor diagnosevermelding op rekening als voor toezending van DBC-registraties aan DIS.

Na jarenlange discussies en twee rechterlijke bodemprocedures heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) haar regelgeving aangepast aan de privacyeisen die haar door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) zijn opgelegd. Het CBb oordeelde op 8 maart 2012 dat NZa een opt-out mogelijkheid moest creëren voor de verplichting de diagnose van patiënten op de rekening te vermelden (LJN: BV8297, 
http://goo.gl/wqR0M). Deze verplichting stuitte op grote bezwaren van patiënten en van behandelaars wegens doorbreking van de privacy en van het medisch beroepsgeheim. In haar beslissing van 7 juni 2012, die gisteren werd bekendgemaakt, voldoet NZa aan de eis van het CBb. Zie voor de beslissing van NZa: http://goo.gl/zwuof.   

Deze beslissing houdt het volgende in:
1. Patiënten in psychotherapeutische of psychiatrische behandeling kunnen ter bescherming van hun privacy diagnosevermelding op de declaratie afwijzen. Wanneer patiënten van hun ziektekostenverzekering gebruik willen maken stellen zij met de behandelaar een 'privacyverklaring' op en sturen deze naar de verzekeraar. Diagnosevermelding op de declaratie is dan niet langer verplicht. Wel kan de medisch adviseur van de ziektekostenverzekeraar onder medisch beroepsgeheim om inlichtingen vragen.
2. Bij zelfbetalende patiënten is diagnosevermelding op de rekening niet langer verplicht. Een privacyverklaring is niet nodig.
3. In deze twee gevallen is ook toezending van DBC-registraties aan het dbc informatiesysteem (DIS) niet langer verplicht.
(Zie pagina 9 tot en met 11 van de beslissing van NZa.)
 
De NZa heeft ook haar regelgeving aangepast:
Regeling nr/CU-520 Declaratiebepalingen DBC GGZ kent vanaf nu (in artikel 7 daarvan) 'uitzondering in geval van privacybezwaren'.
Regeling nr4/CU-519 Regeling verplichte aanlevering minimale dataset GGZ Zvw kent vanaf nu (in artikel 6) 'uitzonderingsbepaling'.

Door een opt-out mogelijkheid te creëren voor zowel de verplichting diagnostiek op de rekening kenbaar te maken als voor toezending van (gepseudonimiseerde) DBC-registraties aan het DIS van de overheid respecteert NZa de wens tot privacy van patiënten en de wens tot handhaving van het beroepsgeheim van behandelaars. Na jarenlange (rechts)strijd van psychiaters, psychotherapeuten en anderen, zowel vanuit DeVrijePsych (zie:
http://goo.gl/UyO9e) als vanuit de Stichting KDVP (zie: www.kdvp.nl), stemt dit tot tevredenheid. De patiënt heeft voor wat betreft zijn of haar privacy meer rechten dan voorheen. Hij of zij kan weer zelf bepalen of diagnostische gegevens aan de verzekeraars en de overheid worden doorgegeven.

20. 11 juni 2012: Onder verwijzing naar het  bericht van 9 juni 2012, Nederlandse Zorgautoriteit schept opt-out mogelijkheid…(http://wp.me/p2aKuG-2K) , hieronder links naar de documenten zoals door NZa toegestuurd.
Nederlandse Zorgautoriteit, beslissing op bezwaar van 7 juni 2012, met bijlage 1: http://goo.gl/6kc5x
Nederlandse Zorgautoriteit, beslissing op bezwaar van 7 juni 2012, bijlage 2: http://goo.gl/aCxEU
Nederlandse Zorgautoriteit, beslissing op bezwaar van 7 juni 2012, bijlagen 3 en 4: http://goo.gl/igXdG. Op pagina 11 staat de ‘privacyverklaring’.

Kaspar Mengelberg 11 juni 2012

Ook de Stichting Koepel van DBC-vrije Praktijken voert een (separate) procedure. Verwezen wordt naar www.dbcvrij.nl.