Aan de Nederlandse zorgautoriteit                                                
 
Nijmegen, 23 november 2008 

Geachte Heer Hoppen,
 
In antwoord op uw brief van 13 november 2008 waaruit blijkt dat u bent overgegaan tot handhaving van de Wet marktordening gezondheidszorg artikel 35, laat ik u weten dat ik heb besloten mijn beroep als psychotherapeut los te laten.
 
Ik doe dit met grote tegenzin. 

Het is moeilijk te verteren dat mijn beroep als psychotherapeut ineens onrechtmatig wordt als ik niet op een door uw autoriteit bepaalde manier declareer. Er is op deze wijze geen keuzevrijheid voor mensen om een therapeut te kiezen én anoniem te blijven. De garantie van het beroepsgeheim is afhankelijk geworden van een ieder die zich toegang kan verschaffen tot de declaraties.

Ik ben dan ook benieuwd of u denkt dat mensen met een kwetsbare positie in het leven, kwetsbaar door een hogere positie (bijvoorbeeld politici of directie van zorgkantoren) of kwetsbaar door een grotere afhankelijkheid van voorzieningen, nog met een gerust hart een psychotherapeut kunnen raadplegen. Als zij weten dat hun diagnose op de rekening staat die misschien door hun medewerkers of patiënten wordt verwerkt of toevallig door die diegene die over hun aanvraag moet beslissen. 

Of de vermelde diagnose vervolgens correct is, wordt mede bepaald door de behoefte om de cliënt te beschermen of door de hebberigheid van de therapeut die bij een iets zwaardere diagnose meer verdient.
Verder druist deze wet m.i. in tegen de vrije markt werking. Ik mag mijn eigen tarief niet bepalen, geen marktwerking in de zorg dus.
 
Maar zolang nog niet is aangetoond dat uw maatregelen onwetmatig zijn zal ik U als Autoriteit in de Zorg moeten respecteren.
Aangezien ik mij niet kan vinden in de huidige ontwikkelingen in de gezondheidszorg zal ik daaruit met ambivalente gevoelens de consequenties trekken.
 
Dit betekent dat ik, zolang psychotherapie nog onder deze wetgeving valt, geen psychotherapie meer zal aanbieden.
 
Ik vraag u om mij enige tijd te geven om een en ander te regelen zoals het aanpassen van mijn website en mijn briefpapier.

Ik ben als betrokkene van de Koepel van DBC vrije praktijken ervan uitgegaan dat er pas tot handhaving zou worden overgegaan na de uitspraak van dinsdag 25 november 2008.

Ik hoop dan ook dat hiermee de zaak kan worden afgerond.
 
Met vriendelijke groet,
 
Drs. Inge Land