Diagnose Behandeling Combinatie 

 

Index DBC

 

 LAATSTE NIEUWS: 

 

Zie voor DBC's in de GGZ: Staatstherapie

 

                             *               *               *

Over "anonimiseren" van Diagnose Behandeling Combinaties (DBC’s)

 

 

 

 

 

WIE BEGINT HET PROCES?

 

 

 Kohnstamm (CBP) in NRC-Handelsblad (3 oktober 2005):

 

,,Eigenlijk zijn dbc's in strijd met de wet'', zegt Kohnstamm verwijzend naar de Wet bescherming persoonsgegevens. ,,Dit soort gegevens kan alleen op wettelijke gronden worden overgedragen aan derden. Het is in strijd met de wet en in strijd met het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens. Maar wij zitten niet op de stoel van politici.'' De privacy-waakhond wacht op een proces bij het Europese Hof. ,,Ik sluit niet uit dat we dan gelijk krijgen.'' 

© NRC Handelsblad

 

                             *               *               *
 

 

OVER WIE NOU WERKELIJK DE DBC’S BEDACHT. . .

Op 26 september verscheen in de NRC een artikel van H.F. Aarts, plastisch chirurg, onder de titel: “Ambtenaar bedenkt DBC’s.”
In dat artikel schetste Aarts m.b.v. aansprekende voorbeelden uit de praktijk tot welke wantoestanden het DBC-systeem aanleiding geeft.

Op 29 september plaatste de krant vervolgens vier ingezonden brieven, waarvan er drie Aarts bijvielen, en één extreem kritisch met m.n. het verwijt dat de specialisten niet zo moeten klagen, omdat ze die DBC’s zelf hebben opgezet.

Aarts gaf die laatste briefschrijver - R. Vliex - in beginsel gelijk, maar overheid en zorgverzekeraars maakten zich al spoedig meester van de DBC’s.
N.B.: kort daarna werd bekend dat R. Vliex de echtgenote is van de heer E.E. Bolhuis, directeur van DBC-Onderhoud. . . . .

Een reactie die de NRC helaas niet plaatste was die van Ronald van den Berg, voorheen ziekenhuisdirecteur en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, die helder uiteenzet hoe die DBC’s nou werkelijk zijn ontstaan.

Hier volgt nu eerst de brief van Ronald van den Berg. 

Voor de volledigheid staat daaronder  een link naar het oorspronkelijke artikel van Aarts en de reacties hierop. 


                             *               *               *

 

G.R. van den Berg,
zenuwarts/psychiater
te Amsterdam

WIE BEDACHT DE DBC?

Met de plaatsing op 26 september van het opinieartikel van Aarts over de Diagnose Behandel Combinatie is de discussie over een van de kostbaarste en meest tijdrovende vormen van medische kostendeclaratie eindelijk uit de schaduw gekomen van de meer algemene discussie over het nieuwe zorgstelsel. In de kop van Aarts’ artikel wordt de suggestie gewekt dat ambtenaren dit wangedrocht hebben bedacht. In de krant van 29 september reageert de lezer Vliex een beetje boos op deze suggestie. Hij/zij meent "zoals iedere gezondheidsadministrateur" te weten dat DBC’s juist zijn bedacht door de specialisten zelf.

Als men beziet hoe overlegd is over de DBC heeft Vliex formeel gelijk en Aarts inhoudelijk .
Er is namelijk (onder leiding van Wiegel, de voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland en de Minister van Volksgezondheid, zijn partijgenoot Hoogervorst) een duidelijke lobby gaande tussen (ambtenaren van) het Ministerie van VWS en (ambtenaren van) de Zorgverzekeraars.

Deze mensen verstaan zich met de medisch specialisten via de staf (ambtenaren dus, geen praktijkvoerende medici) van het Bureau van de Orde van Medisch Specialisten, de OMS.

De OMS, en met name het Bureau van de OMS worden maar ten dele bekostigd uit de contributies van medisch specialisten en voor een beduidend groter deel uit subsidies van het Ministerie. Voor bepaalde projecten worden overigens ook door de Zorgverzekeraars bijdragen geleverd.

De financiering van de OMS door het Ministerie vindt plaats omdat het Ministerie eraan hecht om "in overleg te blijven met de beroepsgroep". De OMS zou veel kleiner zijn als de leden zelf alle kosten zouden moeten dragen. De contributie zou dan zo hoog worden, dat een nog veel grotere leegloop zou plaatsvinden dan al heeft plaatsgehad. Daarmee zou de toch al geringe representativiteit van de OMS reduceren tot nul. Dus betaalt het departement wel.

Het probleem is nu, dat het overleg over de DBC niet wezenlijk plaats heeft gevonden met de beroepsgroep, maar over en namens de beroepsgroep, want niet de specialisten maar de ambtenaren van het Bureau van de specialistenclub overleggen met hun collegae (en tevens financiers!) van het ministerie en met de bureaucraten van de zorgverzekeraars over de bedenksels die in hun eigen gezamenlijke denktank ontstaan.

Wiens brood men eet, diens woord men preekt: weliswaar spreken de ambtenaren van het OMS-bureau wèl "namens de medische specialisten van Nederland" maar ze spreken de andere bureaucraten natuurlijk nooit wezenlijk tegen!

Uit ervaring weet ik hoe moeilijk het is voor bestuurders om zich aan zo’n machtig orgaan als een goed geolied en fors gefinancierd Bureau te onttrekken. Het Bestuur van de OMS (dat wèl bestaat uit specialisten) laat zich natuurlijk de gemakkelijke zorg van dat Bureau aanleunen. De rest is eenvoudig: op de "toetsende" maar zeer matig bezochte ledenvergaderingen van de OMS worden de door het Bureau voorbereide beleidsstukken ingebracht door het Bestuur. Goede bureaucraten weten in die beleidsstukken natuurlijk een prima verhaal af te steken en zo glijdt zo’n wangedrocht als de DBC uiteindelijk gerieflijk door de ledenvergaderingen, totdat de specialisten in het veld (vaak geen lid van de OMS) wakker worden en merken dat er alweer meer van hun tijd (en dus meer kosten) van medisch naar administratief werk weglekt. Het lijdelijk en wellicht binnenkort ook heftige openlijk verzet van de specialisten op de werkvloer die zich echt absoluut niet in de DBC-invoering gekend voelen zal hoog oplopen. En bovendien zullen ook de vergissingen en ontduikingen (in administratief jargon "verschrijvingen" geheten) die het DBC-systeem uitlokt (flapoor- in plaats van navelbreuk-operatie!) met oogluikende goedkeuring van de ziekenhuisdirecties mateloos toenemen. ‘t Is maar dat iedere gezondheidsadministrateur (en elke politicus) zich dat realiseert.

Amsterdam, Ronald van den Berg,
voorheen ziekenhuisdirecteur en voorzitter van de Ned. Ver. voor Psychiatrie.

 

 Link naar het oorspronkelijke artikel van Aarts en de reacties daarop 

 

                             *               *               *

 

Uit het dagboek van een uroloog, oftewel de polymorphe ellende van de DBC

"Vandaag was mijn secretaresse met 20 van de 300 niet gevalideerde statussen naar een apart kamerje gegaan omdat ze niet gevalideerd waren.
Je gelooft het niet maar echt waar. Ze is van 9-12.30 bezig geweest en heeft slechts 3! ja echt 3 zaken gevalideerd kunnen krijgen. De overige 17 werden gewoon niet geaccepteerd.
Zoals bv de ureteroscopische lithotrypsie ( CTG 36197) (dbc 11-01-21-323) wordt niet geaccepteerd. De validatie neemt automatisch een laparoscopie!!!!
Mail naar de BBC naar XX die zegt dat hij al in 2004 aan het CTG heeft doorgegeven en dat er "hard aan wordt gewerkt".
Te gek voor woorden.
1 secretaresse die 3,5 uur bezig is met slechts 20 dbc's. Nu de ander 280 nog.
Met dit tempo is ze in 2008 klaar met deze DBC's. inmiddels is de stapel dan aangegroeid tot 2000 niet gevalideerde dossiers.
En dan heb ik het alleen nog over de Urologie. Onze oogartsen hebben 4000 ja vierduizend statussen te lichten omdat de validatie niet klopt."
16 september 2005

 

Uit het dagboek van een uroloog 2:

"Vandaag komt patiënt met hersteloperatie wens van vasectomie.

Heeft het niet breed en dit kost in dagbehandeling 2400 euro bij ons.

(Terzijde, vreemd overigens dat dat in Nijmegen in het CWZ 1700 euro kost. Het zouden verplichte landelijke tarieven zijn volgens onze directeur. Blijkbaar kan het CWZ iets wat wij niet kunnen)

Maar goed ik ga door. Patiënt moet ook een knieoperatie (arthroscopie) ondergaan.

Ten behoeve van deze armlastige patiënt gaan we dit dus zo oplossen:

Arthroscopie in dagbehandeling (geen kosten) en Vasovasostomie moet ik dus poliklinisch declareren anders komt er geen factuur omdat 2 dbc's niet tegelijk gefactureerd kunnen worden.

 Weliswaar kost dit het ziekenhuis geld, (want die heeft liever een 2e narcose en opname) maar de patiënt betaalt nu een veel lager tarief omdat de vasovasostomie ineens nu wel poliklinisch kan.

Mij interesseert het geen ruk meer als de pat in dit wat zielige geval maar beter af is.

Strekking van het verhaal:

Als een patiënt een operatie zelf moet betalen laat dan tevens een zinloze ingreep uitvoeren bv aambeien of cystoscopie.

Laat de aambeien in dagbehandeling doen en de vasovasostomie poliklinisch declareren hetgeen patiënt handen met geld scheelt.

Ik ga het mijn patiënten adviseren."

20 september 2005

 

                             *               *               *

 

Een normaal mens verzint dit niet
Medisch Contact Nr. 31/32 - 5 augustus 2005 
Dr. H.F. Aarts, plastisch chirurg

DBC’s leiden in de praktijk tot bizarre situaties

Het wordt niets met de DBC’s en het zal ook nooit iets worden. Hoe een ‘navelbreuk’ administratief een ‘flapoor’ werd. En een patiënt op papier werd ontslagen om direct daarna weer te worden opgenomen.

Dit jaar beleefde ons land een wereldpremière: de invoering van een uniek, nieuw bekostigingssysteem in de gezondheidszorg, gebaseerd op de diagnose-behandeling-combinatie (DBC). Een nieuw, volstrekt transparant systeem gebaseerd op producttypering en output pricing, helemaal ontwikkeld door het bestuur van de Orde (niet de leden!). Eindelijk weten we precies wat elk zorgproduct inhoudt, wat het kost en wat de patiënt ervoor betaalt.

Geen vertrouwen
Ik moet bekennen dat ik niets zag in de DBC en marktwerking.1 Natuurlijk was het door minister Borst ingevoerde budgetsysteem (zie kader) niet langer te handhaven. Maar ik vond dat geen argument om het door een ander, even slecht systeem te vervangen. Ik had en heb geen vertrouwen in marktwerking met zorgverzekeraars als zorgmakelaars. De zorgverzekeraars zijn niet geïnteresseerd in kwaliteit, maar zijn uit op winst en willen zo weinig mogelijk uitgeven. Het gaat ze om de centen en niet om de patiënten.

In deze mening stond ik niet alleen. Volgens de eerste onafhankelijke enquête onder medisch specialisten, in maart gepubliceerd in de Specialisten Special van Vrij Nederland, denkt 84 procent van alle collega’s er precies zo over. Een klap in het gezicht van het Ordebestuur, dat slechts jubelende reacties registreert. Wat doe je dan als bestuur? Je zwijgt dit resultaat dood en begint een nieuw onderzoek, maar nu in eigen beheer. En dat loont de moeite. In MC van 17 juni kunnen we lezen dat ruim 80 procent van de respondenten niet meer tégen maar juist vóór de DBC is.2

Tien jaar is aan de DBC gewerkt en jaren lang hebben ziekenhuizen en medisch specialisten proefgedraaid om de invoering ervan zorgvuldig voor te bereiden. Vele honderden miljoenen heeft dit al gekost, meer dan het opheffen van alle wachtlijsten zou hebben gekost. In plaats van verpleegkundigen en operatieassistenten zijn legers DBC-administrateurs, ICT-medewerkers en speciaal opgeleide DBC-deskundigen de ziekenhuizen binnengetrokken. Desondanks konden de problemen niet worden opgelost. Integendeel ze stapelen zich nog steeds op. Maar volgens minister Hoogervorst waren dit slechts aanloopproblemen. Met ingang van dit jaar zouden alle problemen tot het verleden behoren. Eindelijk is de DBC nu klaar en ingevoerd. Het resultaat tart elke verwachting.

Briljante oplossingen
De eerste maanden van dit jaar is het ziekenhuis nog niet in staat de DBC’s in rekening te brengen. De ICT-systematiek van het ziekenhuis en de verzekeraars sluiten na jaren van voorbereiding nog steeds niet op elkaar aan. Maar dat is niet erg, want wij medisch specialisten zijn ook niet in staat al onze verrichtingen om te zetten in bruikbare DBC’s die door de software worden gevalideerd. Als ik onze verrichtingen precies probeer te vertalen naar bijpassende DBC’s valt zeker eenderde uit omdat er geen passende DBC’s bestaan. De uitval is dus enorm. Uitval betekent dat het ziekenhuis niets kan declareren, ook ons honorarium niet.
Met enige creativiteit lukt dit al een stuk beter: we moeten de band tussen de werkelijke diagnose en de diagnose uit de DBC loslaten. Het kan gewoon niet anders. Een geplande latere koppeling tussen de medische registratie aan de DBC’s is uitgesloten. Er klopt gewoon niets van.
Op 10 juni kregen we voor het eerst geld overgemaakt op basis van de nieuwe DBC-systematiek. Uit teruggestuurde rekeningen van boze patiënten bleek tot mijn verbazing dat wat als DBC werd gedeclareerd, niet vanzelfsprekend ook is gefactureerd. Ik geef enkele voorbeelden van problemen die reeds vele jaren spelen en die gedurende vier jaar denkwerk en proefdraaien op briljante wijze door een leger van topdeskundigen als volgt zijn opgelost.

Kindje A opereer ik wegens een congenitale naevus. De moeder vraagt of ik in dezelfde narcose ook de navelbreuk wil corrigeren. Natuurlijk! Dat spaart een narcose, opname en kosten uit. De validatiemodule weigert de DBC Navelbreuk. Reden: navelbreuk kán niet bij plastische chirurgie. Ik raadpleeg de deskundigen. ‘Ja, dat klopt, u kunt dat niet in rekening brengen. Hoewel ik dat eigenlijk niet hardop mag zeggen, kunt u dat beter ook niet meer doen en de patiënt na ontslag naar de algemeen chirurg verwijzen. U kunt ook een andere DBC-code proberen.’ Ik kies voor ‘Flapoor’, want daar doe ik ongeveer even lang over. Nu is het goed, denk ik. Maar bij de validatie is slechts één DBC vermeld. Weer bellen: ‘Dat klopt, dokter. U kunt per dagopname of opname slechts één DBC in rekening brengen en níet de parallel DBC’s.’ Hoe kan dat nou? Ik heb toch twee operaties gedaan en tot nu toe kon ik altijd de eerste operatie in zijn geheel en elke volgende operatie in dezelfde zitting voor de helft in rekening brengen. ‘Ja, dat is nu veranderd, het beste is dat u maar één verrichting per opname doet en zoveel mogelijk parallelle DBC’s voorkomt.’
Inmiddels is de afrekening van dit kind binnen en blijkt alleen de DBC Flapoor te zijn betaald, de naevus waar het kind eigenlijk voor kwam, niet. Hoe kan dat nu weer? Weer bellen. ‘Dokter, de parallel-DBC’s worden automatisch gekoppeld aan de laatst ingevoerde DBC. Dat wordt dan de hoofd-DBC.’ Gelukkig, nu snap ik het. Het ingenieuze systeem weet natuurlijk dat het oor aan het hoofd zit en daarom wordt de Flapoor-DBC de hoofd-DBC.

Meneer B heeft twee grote plaveiselcelcarcinomen: één op zijn romp en één op zijn hoofd. Ik vul tweemaal de DBC-code hiervoor in. Deze invoer passeert de validatiemodule niet. Bellen maar. ‘Dat klopt, dokter. U kunt niet in één opname op dezelfde dag twee gelijke DBC’s doen, dat accepteert het systeem niet. Eén DBC per zorgvraag.’ Maar ik heb toch gewoon tijdens dezelfde operatie tweemaal dezelfde ingreep uitgevoerd? ‘Helaas, maar als u één DBC opvoert als dagopname en de ander als een poli-klinische verrichting, dan lukt het volgens ons wel.’ Maar die poliklinische verrichting is er helemaal niet geweest en daarvoor krijgt de patiënt dus wel een extra rekening? ‘Ja, dat klopt. Sorry hoor, maar wij hebben dit ook niet bedacht.’

Meneer C heb ik samen met de KNO-arts geopereerd, ik het uitwendige deel en de KNO-arts het inwendige deel van de neusoperatie. Beiden sturen we onze eigen DBC in. Voor beide ingrepen geldt een opnameduur van vier dagen. Hoe gaat dat dan, betaalt de patiënt nu acht dagen opname terwijl hij slechts vier dagen is opgenomen? Bellen: ‘Dat is een probleem, dokter, waar we nog niet uit zijn. Er komen meer problemen op ons af dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden. Maar als u nu na twee dagen de patiënt ontslaat en weer opnieuw twee dagen opneemt voor de KNO, is het probleem opgelost. Kan dat niet, zegt u? Dan kan het ziekenhuis misschien alleen administratief de patiënt ontslaan en weer opnemen, probeert u dat maar eens. En als dat ook niet lukt, kunt u ook proberen voor een van beiden de ingreep als poliklinische ingreep te laten registreren. Als dat werkt, moet u er wel rekening mee houden dat de vergoeding in dat geval een stuk lager ligt.’

’s Nachts mijn bed uit voor mevrouw D, die wegens fracturen na een verkeersongeval is opgenomen door de algemeen chirurg. Zowel de plasticus als de oogarts is nodig voor de glas verwondingen in haar gezicht. In de bestaande systematiek krijgt in dit geval alleen de chirurg een vergoeding, omdat hij de patiënt heeft opgenomen. Hoe gaat dat nu in de DBC-systematiek? Bellen: ‘Helaas voor u en de oogarts kan alleen de chirurg de P-waarde-opname declareren. De patiënt wordt immers maar eenmaal opgenomen.’ Maar, is mijn verweer, we zouden deze absurditeit toch afschaffen? ‘Dat klopt, dokter, maar de politiek ... u weet het wel. We hopen dat dit in de toekomst gaat veranderen, want het is inderdaad erg gek. Dat vinden wij ook.’
Dus als ik samen met een andere collega opereer of een grote decubitusoperatie doe bij een patiënt die door de internist is opgenomen en ik daar alle peri- en postoperatieve zorg voor verleen, krijgt nog steeds alleen de specialist die de patiënt heeft opgenomen daarvoor betaald en ik niet? ‘Dat klopt, dokter, maar als u ervoor zorgt dat de patiënt snel wordt ontslagen, kunt u dezelfde patiënt later weer opnemen op uw eigen naam en als u dan de operatie doet, heeft u dit probleem niet meer.’

Meneer E komt bij mij terecht nadat hij in een andere stad diverse malen aan zijn hand is geopereerd door een ander specialisme. Een moeilijke, langdurige operatie. In die gevallen geeft de DBC de mogelijkheid met de zorgvraagcodering een opwaardering toe te kennen ‘status na een of meerdere ingrepen in hetzelfde operatiegebied’. Helaas komt deze opwaardering niet door de validatie. ‘Dat klopt, dokter. Die vorige operaties heeft u immers niet zelf gedaan en daarom herkent het systeem de heroperatie niet. Het systeem gaat er nu van uit dat het een nieuwe patiënt is, en u begrijpt wel dat er geen heroperatie kan plaatsvinden bij een nieuwe patiënt.’ Dus de verzekering betaalt de schade alleen als ik zelf de deuk in mijn auto heb gereden? ‘Ja, dokter daar komt het wel op neer.’

Fraude
En dan de patiënten die bellen dat ze de rekening niet betalen. ‘Het is niet tegen u, hoor dokter, maar er staan zoveel zaken op mijn rekening die helemaal niet zijn gebeurd, inclusief rekeningen van specialisten die ik nooit heb gezien, dat hier sprake moet zijn van fraude.’ Ik leg de patiënt dan uit dat behalve de minister hier niemand meer iets van begrijpt, maar dat we vermoeden dat deze rekeningen juist heel slim zijn: als vroeger de patiënt dacht dat hij een te hoge rekening had, was het onmogelijk te achterhalen waar de fout zat. Nu is het systeem inzichtelijk geworden en kan de patiënt onmiddellijk zien wat hij níet aan behandelingen heeft gehad, maar waar hij wél voor moet betalen. Dit bedoelt de minister natuurlijk met transparantie en patiëntvriendelijkheid.

Nu begin ik te begrijpen dat al die knappe koppen tien jaar denktijd en vier jaar proefdraaien nodig hebben gehad om dit allemaal te verzinnen. Een normaal mens verzint dit nog niet in een heel leven.

En dan de bureaucratie en de extra kosten die deze ellende meebrengt. We moeten niet alleen de P-systematiek registreren, maar ook de oude CTG-registratie blijven bijhouden. Nu is daar nog de DBC-registratie bijgekomen, zodat we momenteel voor elke verrichting drie aparte registraties moeten bijhouden. Gekkenwerk. De eerste belofte van minister Hoogervorst om een einde te maken aan de wildgroei in bureaucratie en de daarbij behorende kosten is dus al niet nagekomen.
De minister beklaagde zich er onlangs over dat het kabinetsbeleid zo weinig steun krijgt van de bevolking. Dat zou komen doordat het kabinet tekortschiet in het geven van uitleg. Daar gaat de minister iets aan doen. Ik wens hem veel sterkte als hij bovenstaande geniale regelgeving aan ons volk moet uitleggen. Het is alvast een goede oefening voor het moment dat hij bij een volgende parlementaire enquête moet uitleggen hoe dit alles heeft kunnen gebeuren en hoe hij jaar in jaar uit alle verontrustende signalen en aangedragen alternatieven uit het veld naast zich neer heeft gelegd.

Samenvatting
- Bestaande DBC-problemen zijn in de afgelopen jaren niet opgelost, maar nemen in aantal juist toe.

- Aangedragen oplossingen deugen niet of zijn medisch-ethisch onaanvaardbaar.

- Het is in het belang van de zorg om te stoppen met de DBC.

Budgetten en P-waarden

Sinds de jaren negentig worden medisch specialisten gebudgetteerd aan de hand van het aantal productieparameterwaarden (P-waarden) dat ze produceren. Die parameters zijn: eerste polikliniekbezoek (voor ons vak 1 P en die is 44,81 euro waard) , dagopname (6 x P-waarde) en opname (9 x P-waarde). Per jaar krijgen we te horen hoeveel P's er van de zorgverzekeraars mogen worden gedaan. Het totaal aan P-waarden bepaalt ons honorariumbudget. Produceren we minder, dan krijgen we natuurlijk minder; produceren we meer (bijvoorbeeld om wachtlijsten te verminderen), dan wordt de meerproductie niet uitbetaald. Een sublieme methode om de wachtlijsten te verminderen!

Als we om de doelmatigheid te bevorderen en de kosten van de zorg te verminderen operaties gaan uitvoeren in dagopname die voorheen in opname plaatsvonden, volgt een lagere honorering voor hetzelfde werk als dank. Gaan we bepaalde verrichtingen poliklinisch uitvoeren in plaats van in dagopname (een enorme besparing in de kosten), dan krijgen we er zelfs helemaal niets meer voor, want aan poliklinische behandelingen zijn geen P-waarden toegekend. Doelmatig werken wordt bestraft in plaats van beloond!

Om de kwaliteit van de zorg te bevorderen en de kosten te verminderen, wordt in gevallen waarbij meerdere specialismen tegelijk een pati‘nt opereren, slechts één P-parameter toegekend, uitsluitend aan dat specialisme dat de patiënt heeft opgenomen. Een stimulans om meerdere opnamen te realiseren waar het in één keer kan ...

Ook subliem is de maatregel dat ongeacht wat wij bij de patiënt doen er hetzelfde (de P-waarde) voor wordt betaald. Een of meer grote, ingewikkelde, dure operaties gedurende een maandenlange opname levert hetzelfde aan honorarium op als een veel kleinere ingreep tijdens een opnameduur van twee dagen. Een aanmoediging om geen dure patiënten meer te behandelen!

dr. H.F. Aarts, plastisch chirurg

Literatuur
1. Aarts HF. Verspilde moeite. Invoering van het DBC-systeem is overbodig. Medisch Contact 2002; 57 (34): 1194-6.

2. Diepersloot RJA, Korsten HR. Twee stappen voorwaarts, één stap terug. Orde maakt tussenbalans op van het invoeringstraject DBC's. Medisch Contact 2005; 60 (24): 1044-7.

 

De beroepsverenigingen van psychiaters en psychotherapeuten (Orde van Medische Specialisten (OMS), Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten (NVVP) lijken vooralsnog geen overwegende bezwaren te hebben tegen DBC registratie en verzending daarvan naar de landelijke databank voor DBC-gegevens, het DBC Informatie Systeem (DIS).

 

 

 

 

 

 

Zij wijzen er op dat DBC registratie “geanonimiseerd” zou geschieden.

 

 

 

 

 

 

In het document "DIS00233 Versleutelen en anonimiseren DIS-bestanden V1.0 definitief.doc" d.d. 24-1-2006 van de Projectorganisatie DIS wordt de wijze van "anonimiseren" beschreven en verplicht gesteld. Dit in afwachting van nog niet geïmplementeerde elektronische versleuteling, waarvan de aard nog niet bekend is.

 

 

 

 

 

 

De identiteit van een patiënt wordt "geanonimiseerd" tot:

 

 

 

 

 

 

1. De 4-cijfers van de postcode, aangevuld met AA. Formaat: nnnnAA.

 

 

 

 

 

 

2. Het huisnummer.

 

 

 

 

 

 

 3. Het geboortejaar, de dag/maand wordt 0101. Formaat: jjjj0101.

 

 

 

 

 

 

Op de website www.postcode.nl kan men de gegevens 1. en 2. invoeren, onder weglating van de letters van de postcode. Hierdoor kan het aantal mogelijke adressen van de potentieel geanonimiseerden veelal tot enkele tientallen worden teruggebracht. In een gemeentelijke bevolkingsdatabase kan door zoeken op de combinatie van deze adressen en het geboortejaar de cirkel nog verder worden verkleind. Een en ander is afhankelijk van bevolkingsdichtheid (hoog- en laagbouw, urbanisatie) en voorkomen van geboortejaren. Het is denkbaar dat op een specifieke combinatie van postcodecijfers en huisnummer bijvoorbeeld slechts één 82-jarig individu kan wonen.

 

 

 

 

 

 

Geconcludeerd moet worden dat het zeer de vraag is of identiteit van een individu op deze wijze effectief verhulbaar is.

 

 

 

 

 

 

Bovenstaande geldt in afwachting van elektronische versleuteling. Hoe dit laatste in zijn werk zal gaan is onbekend. Niet vergeten moet worden dat de DBC-systematiek (onder meer) bedoeld is als declaratiebasis. Het lijkt  ondenkbaar dat verzekeraars vanaf 2007 anonieme declaratie-DBC’s zullen aanvaarden. Net zomin als zij dat nu in de somatische geneeskunde doen.

 

 

 

 

 

 

Het “anonimiseren” lijkt eerder bedoeld als sociale techniek van bureaucratenzijde, om DBC’s er bij psychiaters en psychotherapeuten, en hun patiënten, langzaam aan in te masseren.

 

 

 

 

 

 

Tevens moet overwogen worden dat de DBC registratie niet alleen de gegevens van de patiënt registreert maar ook de behandelgewoontes van de (niet-geanonimiseerde) behandelaar. Het is goed denkbaar dat verzekeraars op basis van laatstgenoemde gegevens de snel- en kortwerkende, en dus relatief goedkope, psychiaters en psychotherapeuten bij voorkeur zullen contracteren, in tegenstelling tot  hun bijvoorbeeld psychoanalytisch georiënteerde en dus veelal langduriger behandelende collegae.

 

 

 

 

 

 

Een eenduidig standpunt, namelijk verwerping van DBC registratie en aanlevering, is aan de orde.

 

 

 

 

 

 

  

 

Kaspar Mengelberg 23 maart 2006