Onzalige Kerstbesluiten van de Nederlandse zorgautoriteit
 
De Raad van Bestuur van de Nederlandse zorgautoriteit (Nza) heeft op 17 december 2007 belangrijke besluiten genomen (1).
 
In de eerste plaats heeft zij een aantal geldende “beleidsregels” met ingang van 1 januari 2008 ingetrokken, waaronder de navolgende.
 
De tot dan toe geldende lijst van verrichtingen met bijbehorende maximum bedragen voor de psychiaters is ingetrokken (2).   
De tot dan toe geldende lijst van prestatiebeschrijvingen voor hulp door psychotherapeuten is ingetrokken (3)
De beleidsregel op grond waarvan tot dan toe psychotherapeuten vrij hun tarieven konden bepalen is ingetrokken (4).
 
Samenvattend: Met de invoering van de DBC’s als bekostigingsysteem in de GGZ vervallen de huidige declarabele verrichtingen voor vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten.
 
In de tweede plaats heeft de Nza op 20 december 2007 de “tariefbeschikking” met ingangsdatum van 1 januari 2008 vastgesteld (5).
 
De Nza heeft dus bepaald dat met ingang van 1 januari 2008 door psychiaters en psychotherapeuten slechts in rekening kunnen worden gebracht declaraties op basis van prestatieomschrijvingen conform beleidsregel CA 222 (“Invoering DBC’s in de geestelijke gezondheidszorg”, http://www.nza.nl/13755/14769/CA-222.pdf) en beleidsregel CA-184 (“Productstructuur DBC GGZ”, http://www.nza.nl/13755/14769/CA184.pdf).
 
Het is schokkend te moeten vaststellen dat een en ander, hoewel te verwachten, één dag voor Kerst ook formeel door de Nza is bekrachtigd.
 
De Wet Marktordening gezondheidszorg (Wmg, (6)) bepaalt in art. 35 dat het een zorgaanbieder niet toegestaan is een tarief in rekening te brengen voor een verrichting waarvoor geen ”prestatiebeschrijving” door Nza is vastgesteld. De Nza is op grond van dezelfde wet gerechtigd tot handhaving en het toepassen van bestuursdwang, waaronder het opleggen van dwangsommen en ambtelijke boetes (art. 82 en 85). Bovendien verwijst de Wet op de economische delicten (WED (7)) in art. 1 naar de Wmg, zodat ook strafrechtelijke vervolging bij overtreding van de regelgeving van de Nza tot de mogelijkheden behoort.
 
De juridische adviseurs van de Stichting Koepel van DBC-vrije Praktijken voor Psychiaters en Psychotherapeuten zijn doende zich op de wettelijke situatie te beraden en zullen ook actie voorbereiden. Verder is voortzetting van het (beroeps)politiek werk aan de orde. En, wellicht bovenal, doorgaan met ons gewone werk op onze gewone voorwaarden, en onze gewone cliënten-patiënten verwelkomen.
 
Desondanks is het treurig te moeten vaststellen dat psychiaters en psychotherapeuten die ten principale vasthouden aan het uitgangspunt dat de privacy van patiënten en het beroepsgeheim in volle omvang moeten worden gehandhaafd, en op grond daarvan de registraties en declaraties volgens de DBC-systematiek afwijzen, zich buiten de kaders van wet- en regelgeving zullen begeven. 
 
Het is onaanvaardbaar dat psychotherapeuten en psychiaters vervolgbaar en strafbaar zullen kunnen zijn omdat zij aan het ruim twee millennia oude ethische uitgangspunt van hun beroepsgeheim wensen vast te houden. En daarbij naast bestraffing een de facto beroepsverbod opgelegd kunnen krijgen.
 
KM 26 december 2007