Index discriminatie:

4 oktober 2008:  Pensioen is een dwarslaesie Werken: stoppen of doorgaan? Interview met Bob Smalhout, Trouw 4 oktober 2008






Leeftijdsdiscriminatie van psychiaters en psychotherapeuten door Zorgkantoren.

De Overheid zegt arbeidsparticipatie van ouderen te willen bevorderen. Er zijn ouderen die graag willen blijven werken, namelijk psychiaters en psychotherapeuten. Zij houden van hun vak,  zijn ermee vergroeid, en willen graag na hun 65ste doorgaan. "Twintig jaar vissen is ook niet alles", om een van hen te citeren.

Men zou zeggen dat de overheid dit toejuicht. Ook omdat oudere patiënten graag bij een oudere behandelaar te rade willen gaan. Die heeft immers de faseproblematiek waar zij mee kampen zelf aan den lijve ondervonden.

Het tegendeel blijkt echter waar. De overheid legt Zorgkantoren, uitvoerders van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) via welke met overheidsgeld psychiatrische en psychotherapeutische behandelingen betaald worden, geen strobreed in de weg bij het uitsluiten van de oudere psychiaters en psychotherapeuten.

Leeftijdsdiscriminatie heet dit. Verboden bij de Wet Gelijke Behandeling.

In een recent oordeel heeft de Commissie Gelijke Behandeling CGB www.cgb.nl) die toeziet op de uitvoering van deze wet, leeftijdsdiscriminatie van een vrijgevestigd psychiater door een Zorgkantoor zelfs toelaatbaar geacht.

Zowel het standpunt van de overheid, i.c. de minister van volksgezondheid als dat van de CGB moeten gezien worden in de context van een moeilijk toelaatbare overheersing van de gezondheidszorg van oorspronkelijk voorwaarden scheppende staats- en verzekeringsbureaucraten, ten koste van de positie van de professionals.

Kaspar Mengelberg 9 augustus 2005


 


Commissie Gelijke Behandeling sanctioneert uitsluiting door Zorgkantoor van oudere psychiater

 

De Commissie Gelijke Behandeling (CGB)  www.cgb.nl heeft op 21 juli 2005 geoordeeld dat het Zorgkantoor voortzetting van de contractuele relatie met een zelfstandig gevestigde psychiater op grond van zijn leeftijd jaar mag weigeren (2005-135, bijlage). Het betreft mijn goede vriend Prof. Dr. Mark Richartz (69), emeritus hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit Maastricht, psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus.

De CGB aanvaardde het hoofdargument van het Zorgkantoor dat de "kwaliteitsbewaking" onvoldoende zou zijn.

 

1. Dit oordeel is onverwacht.

Immers, in haar oordeel (2005-49) d.d. 25 maart 2005 verbood de CGB ziektekostenverzekeraar AGIS de Amsterdamse huisarts van Hasselt (80) contractueel uit te sluiten. De CGB verwierp hierbij het aangevoerde argument van AGIS, eveneens kwaliteitsbewaking. De kwaliteit van de beroepsuitoefening van de huisarts wordt immers op twee manieren gewaarborgd, te weten vijfjaarlijkse herregistratie (in het register van Huisartsen van de KNMG) en het behalen van voldoende accreditatiepunten, aldus de CGB.

 

2.De psychiater heeft aangevoerd dat de kwaliteitsbewaking adequaat is geregeld. Hij heeft immers voldaan aan de eisen voor herregistratie bij de Medisch Specialisten Registratie Commissie (MSRC). De CGB acht dit onvoldoende.

Tevens heeft de psychiater gesteld dat hij, nog honorair in dienst van de medische faculteit, participeert in wetenschappelijke bijeenkomsten en als supervisor betrokken is bij de beroepsopleiding van psychiaters. Ook behoort hij tot het docentencollegium van de Regionale Instelling Nascholing en Opleiding (RINO). Hij is lid van de Regionale Vereniging van vrijgevestigde psychiaters, interviseert en volgt bijscholingen.

Uit het oordeel blijkt niet dat de psychiater heeft aangevoerd te voldoen aan het door de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie verlangde (maar nog niet sanctioneerbare) aantal accreditatiepunten.

 

3. De CGB heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat "de beroepsgroep van psychiaters methoden heeft ontwikkeld (...) om (...) de kwaliteit van de zorgverlening te bewaken".

 

4. Opvallend is het verschil in het oordeel over de huisarts en de psychiater. In beide gevallen is sprake van eisen met betrekking tot herregistratie waaraan is voldaan. De Commissie lijkt echter herregistratie bij de psychiater te negeren.

Terwijl bij de huisarts sprake is van het behalen van "voldoende accreditatiepunten" zou dit bij de psychiater niet het geval zijn. Dit blijkt althans niet uit het oordeel. Aan de hierboven genoemde verdere argumenten van de psychiater heeft de CGB kennelijk minder gewicht toegekend dan aan het behalen van "voldoende accreditatiepunten" van de huisarts.

5. Bij eerdere gelegenheden heb ik uiteengezet dat en waarom van het concept "kwaliteit" in de geneeskunde voornamelijk een hoog (post-modern?) onzinsgehalte heeft. Dit concept wordt bij uitstek door staats- en verzekeringsbureaucraten als Trojaans Paard gehanteerd om het terrein van de professionele zelfstandigheid binnen te dringen. Helaas worden zij hierbij vaak gesteund door de beroepsorganisaties. Deze lijken de uitgangspunten van Joodse Raad ter harte genomen te hebben: zelf de autonomie afschaffen om erger te voorkomen.

Nooit hoorde ik bij (door de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie) geaccrediteerde nascholing iets wat ik niet sneller en beter had kunnen lezen.

Het richtlijn- en protocolgebeuren, gepresenteerd als kwaliteitsinstrument bij uitstek, heeft met goede kwaliteit niets te maken, in tegendeel.

Anesthesist Dr. Nelly Moerman schreef in haar proefschrift (Psychological Aspects of Anesthesia, 1996, ISBN 90-9009126-2) terecht het volgende over protocollen:

"Het toenemend gebruik van protocollen bij het medisch handelen is een ontwikkeling die aansluit bij de ontacademisering van de geneeskunde. Deze ontwikkeling honoreert een bedrijfsmatige benadering van de operatiepatiënt maar gaat voorbij aan het individu en is bovendien fnuikend voor een creatieve inbreng van de behandelaar".

In mijn verhandeling OVER DE CONTEXT VAN PSYCHIATRIE EN KWALITEIT (P&K) IN HET ALGEMEEN EN PARTS IN HET BIJZONDER (september 2004) heb ik uitvoerig uiteengezet dat drie van de vijf "kwaliteitsprojecten" van deze geheel door de Staat gefinancierde organisatie goede kwaliteit schaden.

Natuurlijk bestaat zoiets als goede kwaliteit. Ik versta daaronder onder meer (de wens naar) kennis en de toegang daartoe, zorgvuldigheid en beschikbare tijd, creativiteit, authenticiteit, kennis van en toegang tot eigen gevoelsleven en de afweer daarvan, eigen welbevinden en dagelijks plezier in het werk, veelzijdigheid. Een deel van deze eigenschappen is cumulatief en samen te vatten in het concept ervaring.

6. De CGB is expliciet maar niet onderbouwd van oordeel dat "een verband aanwezig (is) tussen de leeftijd van een beroepsbeoefenaar en de kwaliteit van zijn beroepsuitoefening". Ik bestrijd dit.

Impliciet bedoelt de CGB een verslechterend verband. Er zijn zieke ouderen, ja, maar ik ken meerdere tachtig- tot (ver in de) negentigjarigen die niet in de geringste mate onder een dementiesyndroom lijden. Ook zij die jonger dan 65 jaar zijn kunnen door een hersenziekte in hun functioneren belemmerd worden.

De psychiatrie-psychotherapie is een ervaringsvak bij uitstek. Alleen al wat betreft levenservaring heeft de oudere meer meegemaakt dan de jongere.

Ik ken vele volop werkende psychiaters, psychotherapeuten en psychoanalytici die ouder en vaak veel ouder dan 65 jaar zijn. Zij behoren tot de beste die wij hebben. Zij zijn van AWBZ-financiering uitgesloten en werken met zelfbetalende patienten. 

7. Citaat uit het oordeel: "De Commissie is van oordeel dat ook het bewaken van de kwaliteit (...) voldoet aan een werkelijke behoefte van verweerder (bedoeld: de Zorgverzekeraar, KM). Het is namelijk de taak van verweerder als zorgverzekeraar om zorg in natura (onderstreping van mij, KM) in te kopen ten behoeve van zijn verzekerden. Daartoe sluit verweerder contracten met zorgverleners, zoals psychiaters. Verweerder heeft daarbij een zelfstandig belang dat zorgverleners hulp van goede kwaliteit leveren aan zijn verzekerden. Immers verzekerden zullen verweerder aanspreken indien de geleverde zorg van onvoldoende kwaliteit is en zich eventueel tot een andere zorgverzekeraar wenden".

Hier zit helaas iets in. Zakelijk gezien levert het Zorgkantoor in het naturastelsel zorg in natura aan de verzekerde. De zakelijke partner van de psychiater is niet zijn patiënt maar het Zorgkantoor. Dit in tegenstelling tot het restitutiestelsel, waarbij wel een zakelijke relatie bestaat tussen zorgverlener en patiënt. Omdat het Zorgkantoor leverancier van zorg is kan zij zich ook zeggenschap over deze zorg aanmeten.

Ik acht deze situatie principieel onjuist en tegen het belang van (o.m.) de zorgverlener. Ik pleit daarom voor afwijzing van het naturastelsel en afwijzing van een contractuele relatie tussen zorgverlener en zorgverzekeraar. Ik ben in deze opvatting gesterkt door dit aan de orde zijnde Oordeel. Artsen en psychotherapeuten kunnen zelfstandig beslissen geen contracten met verzekeraars meer af te sluiten, en de invoering van de nieuwe Zorgverzekeringswet (Zvw) is hiertoe aanleiding bij uitstek. Binnen het restitutiestelsel bepaalt de patiënt zelf bij welke (geregistreerde en dus bevoegde) hulpverlener, ouder of jonger dan 65, hij of zij te rade gaat.

8. De CGB heeft met dit Oordeel bewezen een onbruikbaar instrument te zijn in de strijd tegen leeftijdsdiscriminatie. Het is mij onbekend hoe men tegen een Oordeel van de CGB in beroep kan gaan, ik neem aan bij de gewone rechter.

9. Enkele opmerkingen over de persoon van M. R. Ik heb het voorrecht hem en zijn gezin al vele jaren heel goed te kennen. Hij behoort tot de meest geleerde, deskundige, veelzijdige en creatieve mensen die ik ontmoet heb. Het is een gotspe en een schande dat juist deze eminente psychiater door dit onnodig onheil getroffen wordt! Dit zijn momenten waarop ik denk Nederland beter te kunnen verlaten.

10. Hoe verder?

Ik raad R. in de eerste plaats aan om zoveel nieuwe patiënten aan te nemen als hij wil. Zij betalen aan hem de rekening en presenteren deze vervolgens wanneer zij willen bij het Zorgkantoor. De te verwachten betalingsmoeilijkheden tussen de patiënt en het Zorgkantoor zijn dan probleem in die relatie, zoals het hoort.

Verder suggereer ik de Regionale vereniging van vrijgevestigde psychiaters te mobiliseren. Ook de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie kan gevraagd worden een standpunt in te nemen.  Ik vrees echter dat  deze vereniging het Oordeel zal aangrijpen om stringenter "kwaliteitsbewaking"  te bepleiten. Zoals ik boven heb aangeduid zie ik hier niets in. Ook de Orde van Medische Specialisten (OMS) en speciaal de Medisch Specialisten Registratie Commissie (MSRC) kan wellicht het negeren van de herregistratie in het Oordeel bekritiseren. Kortom, ik adviseer dit Oordeel (in beroepspolitieke zin) te politiseren.

Ik vond geen melding in de media over dit Oordeel. Mijns inziens zou dit wel het geval moeten zijn. Daarbij moet worden benadrukt dat dit Oordeel heeft plaatsgevonden in de context van vergaande machtsuitbreiding van oorspronkelijk voorwaarde scheppende Staats- en verzekeringsbureaucratieën.

Ik ontraad de bevoogding, zoals in de laatste zin van het Oordeel wordt gesuggereerd, te aanvaarden.

Freud werkte zolang hij kon, ondanks zijn ziekte. Mevrouw Dr. Jeanne Lampl-de Groot, grootmoeder van de Nederlandse psychoanalyse, ontving patiënten en supervisanten toen zij ver in de negentig was. Ga door, M.!

Zie voor dit oordeel:

http://www.cgb.nl/opinion-full.php?id=453055630

Zie voor een analoog oordeel over een psychotherapeut:

http://www.cgb.nl/opinion-full.php?id=453055546

Zie voor een oordeel waarin de CGB leeftijdsdiscriminatie van een oudere huisarts, N.J.H. van Hasselt,  verbood:

http://www.cgb.nl/opinion-full.php?id=453055545

Kaspar Mengelberg  8 augustus 2005